Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 165

2 minuten leestijd

159 dan tot een interessanten wetenschappelijken strijd aanleiding geven onder de leuzen : „van bacil tot mensch" en „van mensch tot bacil." Middelerwijl doen wij zeker het verstandigst met de Neanderdalers, evengoed als de Papoea's en de Nieuwhollanders eenvoudig voor menschen, zij het dan ook voor onbeschaafde menschen te houden, die later door hooger staande rassen verdrongen zijn, gelijk zulks ook in den historischen tijd heeft plaats gevonden en zelfs thans nog als het ware onder onze oogen plaats grijpt. Het Aurignacras draagt ook den naam van Losjagerras, wijl de meeste overblijfsels hiervan in het los (eene diluviale kleisoort waarvan de deeltjes slechts zeer los samenhangen) gevonden zijn. Het leefde reeds tegelijk met het vorige ras in Europa. Het cultuurtijdvak der losjagers draagt den naam van solutréen en valt hoofdzakelijk tusschen den Riss- of hoofdijstijd en den Wurm- of laatsten ijstijd. Vertegenwoordigers van dit ras zijn de paardenjagers van Solutré, de mammoetjagers van Przedmost, de langhoofdige menschen van Brünn, Galley-Hill en Combe-Capelle. De losjagers bezaten een veel hooger peil van beschaving dan de Neanderdalers ; in lichamelijke ontwikkeling stonden zij vrij dicht bij de tegenwoordige Europeanen. Hunne steenen werktuigen waren netter, practischer en volmaakter dan die uit het moustérien ; hunne elegante lans- en pijlpunten, die meestal zeer dun zijn, gelijken vaak op laurierbladen en zijn niet alleen van steen, maar ook dikwijls van been en van ivoor vervaardigd en van weerhaken voorzien. Waarschijnlijk werden ze vastgehecht of vastgebonden aan houten stelen of handvatten. Sommige anthropologen, waarvan we slechts noemen Felix von Luschan (geb. 1854) en Karl Kramberger, zijn van meening dat het Aurignacras zeer goed afgestamd kan zijn van het Neanderdalras. Anderen daarentegen, zooals Hermann Klaatsch houden dit voor vrij onwaarschijnlijk, maar nemen aan dat de losjagers tegelijk met verschillende diersoorten zooals mammoet, wolharige neushoren en rendier uit het O. uit Azië in ons werelddeel zijn gekomen en toen de Neanderdalers hebben onderworpen en overweldigd. Dat de botsing der beide rassen dikwijls aanleiding zou hebben gegeven tot hevige gevechten meent men o.a. te kunnen opmaken uit de vondsten van Krapina. Misschien zijn de losjagers wel de stamvaders der Iberiërs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 165

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's