1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 81
73
achtige afmetingen verkregen, zich aan den voet van het gebergte onderling vereenigden en eindelijk half Europa overstroomden. Op de vraag of de vergletschering van gebergten en hoogvlakten, gelijk men die in Skandinavië vindt, wel aanleiding kan geven tot zulke ontzaglijke aaneengesloten ijsmassa's, die hier en daar meer dan 1500 meter dik moeten geweest zijn en in middelDuitschland nog een dikte van 500 meter moeten gehad hebben, verwijst men gaarne naar Groenland, dat nog heden ten dage geheel met ijs bedekt is. Maar is het Groenlandsche ijs wel gletscherijs ? Het Groenlandsche ijs vormt in het midden èene vrij effene schildvormige hoogvlakte zonder steenen of puin, en hieruit volgt met groote waarschijnlijkheid dat Greenland's bodem over 't geheel niet bergachtig, maar eerder vlak en effen of een weinig bol is en dat bergen alleen in de kuststreken voorkomen. Was de bodem in het midden van dit land bergachtig, dan zouden zich naar verschillende richtingen bewegende gletschertongen door voor den dag tredende rotsen van elkaar gescheiden moeten worden. Dit is nu echter niet het geval ; de nunatakers of rotspunten verschijnen eerst aan den rand van het ijsplateau waar de dikte van het ijs van 200 tot 300 meter bedraagt. Dat de Groenlandsche sneeuw- en ijsmassa's in beweging zijn, blijkt uit de spleten die nu en dan in dit zoetwaterijs ontstaan en ook uit rechtstreeksche metingen. Deze beweging, wier snelheid gemiddeld ongeveer 12 meter per etmaal bedraagt, is waarschijnlijk wel ten deele hieraan toe te schrijven, dat de onderste lagen ten gevolge van den enormen druk vloeibaar worden : immers door groote drukking wordt het smeltpunt van ijs verlaagd, zoodat het dan bij temperaturen ver beneden 0 C. in den vloeibaren toestand overgaat. Bovendien is ijs zeer plastisch of vervormbaar ; het gedraagt zich als een dikke deeg en glijdt ten slotte over en door de kustgebergten van Groenland heen, waar het dan grootendeels in zee afbrokkelt en wegdrijft. De vorming van dit Groenlandsche zoetwaterijs geschiedt waarschijnlijk over het geheeie eiland heen en is mogelijk, wijl de temperatuur er in den zomer slechts weinig boven 't vriespunt stijgt en in den winter gedurende langen tijd tot ver beneden het nulpunt daalt. De neerslag valt er in de gedaante van sneeuw en slechts weinig vermag de zomerwarmte hiervan te smelten. Het Groenlandsche ijs schijnt dus echt landijs te zijn en niets met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's