1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 52
44
Noch bij de criminaliteit noch bij het alcoholisme kon het experiment zijn krachtige hulp bieden bij de oplossing van het aetiologisch probleem ; dit was wel het geval bij de zoo verspreide als gevreesde tuberculose en hier heeft het experiment inderdaad de heerschende meeningen belangrijk gewijzigd. Eertijds stelde men, wat de beteekenis van den aanleg betreft, tuberculose en krankzinnigheid zoowat op één lijn. Naast de tuberculose, zoo schreef KRAFFT EBING, is er nauwelijks een ander ziektegebied waarop de erfelijkheid zich zoo sterk doet gelden als op dat der psychische ziekten. Een kind van teringachtige ouders, zoo schreef DONKERSLOOT, kan langen tijd, ja zijn geheele leven door, van die ziekte verschoond blijven omdat het hem aan gelegenheid gevende of opwekkende oorzaken ontbrak; het woonde misschien in een zachter klimaat, oefende een gezond bedrijf uit, en zoodoende bleef het alleen bij den aanleg tot tering ; op gelijke wijze gaat het met den aanleg tot krankzinnigheid ; bij dien aanleg moet derhalve eerst eene gelegenheidgevende oorzaak komen, zal de krankzinnigheid als zoodanig uitbreken. Het verband tusschen beide ziekten achtte DONKERSLOOT door de wetenschap aangewezen en door de ervaring ruimschoots bevestigd. Terwijl men bij krankzinnigheid de erfelijkheid meer en meer op den voorgrond is gaan stellen, is bij de tuberculose het omgekeerde het geval geweest en trad sedert de ontdekking van de tuberkelbacil in 1882 de besmettelijkheid, die ook voor eeuwen reeds aangenomen werd, meer en meer op den voorgrond. Nu sluit de besmettelijkheid zeker de erfelijkheid niet uit, maar reeds bij vluchtig doorbladeren der litteratuur blijkt, dat daaraan in de thans toonaangevende kringen zeer weinig waarde wordt toegekend. Een endogeen heriditair moment wordt thans door veleii van te weinig beteekenis geacht om nog in discussie te worden gebracht ; zelfs beweerde REICHE : Disposition ist nichts, Exposition ist alles. Het kan dan ook niet verwonderen, dat in den boezem der Nederlandsche Centrale Vereeniging tot bestrijding der tuberculose daaraan nauwelijks eenige aandacht wordt gewijd maar wel aan de vraag welke van de exogene factoren het meest gewichtig zijn. Dat in deze vereeniging eene zeer sterke strooming bestaat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's