1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 120
114
En wil men waarlijk doordringen tot dit mysterie, dan moet men zich — volgens KUYPER's schoone definitie van wetenschap — niet alleen plastisch de pluriformiteit van de meest verschillende levensverschijnselen kunnen voorstellen, maar men moet ook logisch alle relaties, waardoor de verschijnselen onderling samenhangen, kunnen nadenken. Dus het doel van het physiologisch onderzoek is: de levensverschijnselen te analyseeren, en analyseerende, ze zoo te beschrijven, dat de denkende geest ze na de analyse, synthetisch zoo weer in en bij en naast elkaar weet te voegen, dat hij de gedachten Gods begrijpt, welke in „het leven" zijn geopenbaard. Nu is het ons in deze bedeeling niet gegeven, dit probleem geheel op te lossen. Hoever we zullen mogen komen, zal wel niemand precies weten. En hierover te deiibereeren, ligt meer op theologisch-philosophisch dan op natuur-philosophisch terrein ; waarom ik thans over de grenzen van „die Lebenserkentnisse" liever zwijg. Toch blijft het doel van het physiologisch onderzoek : de levensverschijnselen te analyseeren, èn in hun samenhang te begrijpen. Wie goed wil onderzoeken, moet eene goede methode van onderzoek volgen. Dat spreekt van zelf. Nu ligt he<- niet in mijne bedoeling — zooals ik boven reeds opmerkte — in dit korte opstel eene beschrijving te geven van alle lot nog toe gevolgde methoden van onderzoek bij het physiologisch experiment. Ik zoude daarover een geheel boek kunnen schrijven, en waarschijnlijk zou ik dan nog vele methoden vergeten. Want haast elke experimentator volgt zijn eigene methode. Hier en daar misschien overeenkomende, doch veelal zoekt de oorspronkelijke onderzoeker eene eigene methode te hebben, die in nauwkeurigheid of in veelvuldige bruikbaarheid beter is dan eene vorige. Zelfs is het vaak zoo, dat hoe oorspronkelijker een geest is, des te schooner en des te vernuftiger is ook zijne methodiek. Men denke aan de vele schoone onderzoekingsmethoden van JOHANNES MüLLER, C. LUDWIG, ENGELMANN, e. t. q. En omgekeerd komt het voor, dat een al te beperkte onderzoeker zich blind tuurt op een bepaald object, zooals dat geschiedde met hem, van wien de faam vertelt, dat hij zich blind geteld heeft, om toch maar precies de afme-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's