1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 125
119 deelen ze mede, omdat het juist weer een landgenoot is, die ook hierop den nadruk heeft gelegd. Doch deze eigenschap van het leven komt in al zijne arbeidsverrichtingen uit. En het is uit den aard der zaak onmogelijk die eigenschap na te bootsen door middel van een dood apparaat. Dat typische van de levende substantie drukt zijn stempel op de wijze, waarop bepaalde krachten worden aangewend om tot een zeker arbeidseffekt te komen. Gesteld nu, dat we eens precies wisten, welke krachten bijv. bij het resorbsieproces werkzaam waren, en dat het eens gelukte een apparaat samen te stellen, waarin men die krachten, nauwkeurig nagebootst, in wezen en in grootte, willekeurig kon doen samenwerken, dan zou juist, omdat het apparaat het doel in zich zelf miste, toch een groot verschil in werking bij vergelijking met het vitale resorbsieproces aan den dag treden. Het resorbsieproces zal zijn invloed ondervinden van de circulatie, van het zenuwstelsel, etc. Ook hierin zal het verschil uitkomen tusschen (sit venia verbis) de doode en de levende resorbsie. Doch dat zal niet het essentieele verschil tusschen hen zijn. Maar wel zal het essentieele onderscheid daarin uitkomen, dat in het eene geval de doelmatigheid ontbreekt en in het tweede aanwezig is. De doelmatigheid, zooals zich dat in de resorbsie voordoet, dat de cellen van het darmslijmvlies niet slechts te zorgen hebben voor eene opzuiging der in het darmlumen aanwezige stoffen; maar ook daarvoor waken, dat er electie plaats vinde in die resorbsie, zoodat bepaalde stoffen (eiwitstoffen bijv.) eerst dan volkomen worden geresorbeerd, nadat ze „körpereigen" gemaakt zijn (men raadplege hierover bijv. mijn vorig artikel in dit tijdschrift over „Anaphylaxie.") Al werken dezelfde krachten samen aan een dood apparaat en in de levende cel, toch zal het eindeffekt van beide verschillend zijn, daar tijdens de vitale piocessen krachtens de ingeschapen doelmatigheid van de levende materie, de samenwerking der krachten telkens zoo zal worden veranderd, als overeenkomt met het verkrijgen van een nuttig effekt voor het geheele lichaam. En het behoeft zeker geen verder betoog, dat juist dat onderscheid krachtig te voorschijn zal komen, indien men gaat vergelijken de resultaten van het doode mechanisme en die van het levende organisme.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's