Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 154

2 minuten leestijd

144 ven worden aan het geheel mislukken of niet vatten der inenting (pag. 228). De ziekten, waaraan HODENPIJL het onvoldoende gevolg der vaccinatie toeschreef, waren slechts bijkomstige oorzaken nl. door het stuk krabben of door abnormaal verloop. „Wel kan door bijkomende ziekten de vaccine de hoedanigheid verliezen van de dispositie tot de kinderpokken te verstoren, maar dit geschied zeldzaam en is op te merken „in alle deze gevallen moet men de inenting herhalen." Ofschoon niet absoluut ontkennend, dat echte pokken na vaccinatie voorkomen, zooals ook pokken na pokken voorkomen, acht hij de vrees voor het terugkeeren der pokken na vaccineeren ijdel, wanneer de kunstbewerking met de behoorlijke oplettendheid door een eerlijk en kundig geneesheer geschied is. Uit de litteratuur worden eenige gevallen medegedeeld van slechte gevolgen der vaccinatie (erysipelas, gangraen, stuipen), doch ook eenige waarbij zij heilzaamheeftgewerkt. In een spreekbeurt bepaalde PROF. FREMERY ') zijn gehoor, „bij het weldadig voorbehoedmiddel 't welk ons Gods goede Voorzienigheid in de inenting der Koepokken, als zoodanig het eerst door den onsterfelijken JENNER in uitoefening gebragt, heeft geschonken" naar aanleiding van de moorddadige pokken-epidemie, die juist in Utrecht heerschte. Als zoodanig kwam deze lezing reeds in het eerste hoofdstuk ter sprake. Enkele belangrijke mededeelingen mogen hier nog gememoreerd worden. Over eigen vaccinatie sprekende lezen we: „en niet dan nadat ik de menigvuldige proeven en waarnemingen van Engelsche, Fransche en Duitsche geneesheeren nauwkeurig had gelezen en overwogen en hier ter stede den uitslag der vaccinatien, door andere Kunstgenooten in het werk gesteld, oplettend gadegeslagen, heb ik zelf begonnen te vaccineeren", en daarvan „ook tot dezen dag toe geene reden gevonden, om eenig berouw te gevoelen." Van de 720 voorwerpen in deze 21 jaren gevaccineerd, was voor zooverre na te gaan was niemand aangetast. Overleden na de vaccinatie was een kind van 2 maanden, dat aan buikloop begon te lijden, 1 kreeg ernstige zwelling van de oorklier, 2 de stuipen. Verder zag hij 2 maal lichte waterpokken, 2 maal mazelen ontstaan, éénmaal een sterke hoest, en 2 maal ') N. C. DE FREMERY. Verdient de vaccine thans nog als voorbehoedmiddel te worden aangeprezen, 1824 (uitgesproken 19 Deo. 1823).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's