1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 43
35
li
1 y|
il * •
ontstaan en één is oorzaak voor de vorming van het enzym, dat deze omzetting van chromogeen in de bepaalde kleurstof veroorzaakt. Leert dit voorbeeld, hoe de studie der erfelijkheid bij bastaardeering een anatomische eigenschap physiologisch leert verstaan, het leert ons tevens een onschatbaar middel kennen, waarvan tot op heden nog geen gebruik is gemaakt. Het is een nieuwe methode ter bestudeering van physiologische verschijnselen, welke wij als volgt kunnen omschrijven. De, voor het tot standkomen van een physiologisch proces, samenwerkende oorzaken zijn soms te splitsen en afzonderlijk te herkennen en te bestudeeren, doordat men deze splitsing (wat mes of reagens niet kunnen) door bastaardeering laat plaats vindenEenige voorbeelden zou ik aan de menschelijke pathologie willen ontkenen. Het moet mogelijk wezen den eigenaardigen samenhang van jicht, vetzucht en diabetes van uit dit gezichtspunt te verklaren, n.l. zóó, dat men tracht vast te stellen, welk (erfelijk) moment ontbreekt om uit deze gestoorde stofwisselingsevenwich-
ten de normale stofwisseling te verkrijgen, omgekeerd, zou een dergelijke studie deze stofwisseling en haar samenhang met hormonen etc. beter doen begrijpen. Zoo verricht de natuur eleganter experimenten dan de vivisectionist. Een dergelijke hoop kan men voor de verklaring der spiercontractie koesteren, wanneer de erfelijke spierafwijkingen van uit ons gezichtspunt zullen zijn onderzocht (myotonia congenita). Iets dergelijks geldt voor het probleem van het kleurenzien (Daltonisme) bloedstolling (haemophilie) etc. Het punt (a) kan ons verder nog meer tot werkbasis voor speciale onderzoekingen worden. Het betreft namelijk het opsporen der erfelijkheid van physiologische eigenschappen in engeren zin ') en bovenal is van het hoogste belang, of dergelijke eigenschappen „Mendeln" of niet. Een voorbeeld moge dit verduidelijken. MONNIER vond, dat brucine en eenige andere alcaloïden bij Rana esculenta een geheel andere werking, dan bij Rana temporaria, hadden. Evenzoo werd dit voor tal van andere vergiften vastgesteld, zooals nicotine, pilocarpine kan nu namelijk vermoeden, 1) Hiermede worden en dusveratrine. de functies Men der onderdeelen van het volgroeide individu bedoeld. dat bij kruisingen van deze na verwante soorten, men uit een studie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's