1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 44
36 der bastaarden zal kunnen opmaken, hoevele „factoren" deze eigenschappen beïnvloeden en vooral zou de studie der tueschenvormen en der correlaties zeer belangrijke gegevens kunnen leveren ter analyseering der giftwerkingen. Dat men hierbij allerlei erfelijkheidsvraagstukken, zich baseerende op de wet van MENDEL, ') de variabiliteits kromme van GALTON en QUITELET, de „reine Liniën" van JOHANSEN, de mutaties van DE VRIES, in het oog moet houden, spreekt van zelf. Ook het vraagstuk der erfelijkheid van verworven eigenschappen hangt ten nauwste samen met de erfelijkheid van physiologische eigenschappen. Immers de modificaties (BAUR) treden zoover bekend alleen op, wanneer het geheele organisme (en dus ook de kiemcel) veranderde invloed der omgeving ondervinden. De aldus verworven eigenschappen kunnen nu een modificatie der kiemcel geven, welke aan de erfgenamen analoge (of gelijke) eigenschappen toebedeelen, zooals dit in de proeven van KAMMERER plaats vindt. De „Geburtshelferkröte" verandert zijn instinct bij hooger temperatuur. Deze gewijzigde eigenschappen bezitten ook de dieren, welke uit de eieren voortkomen, gelegd in die hooge temperatuur. BAUR meent dat „die Bedingungen, welche die Muttertiere modifiziert haben, auch noch auf die nachtste Generation eingewirkt haben." Alzoo zou hier een soort „histeresis" bestaan. Het merkwaardigste bij deze soort erfelijke modificatie is niet zoo zeer het nawerken van een invloed, maar het feit, dat een invloed (temp. verhooging) aan het organisme zeer gecompliceerde veranderingen geeft en in de kiemcel wijzigingen, welke later, het zich daaruit ontwikkelende organisme de zelfde eigenschappen doen bezitten, als het gemodificeerde organisme vertoonde. Het meest in het oog loopende is dus het geheel onbegrijpelijk verband tusschen de oorzaak en het gevolg; bijv. tusschen de temp. verhooging en het veranderde instinct van het uit de kiemcel voortkomende dier Werd door Neo-Lamarcisten getracht dit te verklaren, door het aannemen van stoffelijke beïnvloeding van somatische cellen op de kiemcellen (pangenen theorie), het komt mij voor, dat hiervoor geen reden is. Immers 1) Evenzoo kan er schijnbare menging van eigenscliappen optreden als er n.L vele beïnvloedende factoren voor een eigenschap zijn. Bij 10 factoren heeft men 1Ü24 combinaties, welke een schijnbare GALTON curve geven (BAUR).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's