Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 147

2 minuten leestijd

137 het eerste geval waarbij de pokken bij een gevaccineerd meisje van 15 jaar het normale verloop behouden hadden, behalve dat de koorts „bijzonder gematigd" was in verhouding van de hoeveelheid pokken, en geringe litteekenvorming, zoodat zelfs in dit geval de vaccinatie nog haar invloed had doen gelden. Uit zijne waarnemingen trekt HODENPIJL het besluit: „Het is zoo gunstig voor de Koepok-Inenting, als men immer had kunnen wenschen; deze kunstbewerking beveiligt niet slechts voor de natuurlijke kinderziekte, maar betoont ook dan nog den weldadigsten invloed, wanneer zij gebrekkig gewerkt heeft; onze waarnemingen bewijzen, dat de reden, waarom de bovengenoemde personen door de natuurlijke kinderziekte werden aangetast, daarin te zoeken zij, dat de vaccine wegens een bijzondere gesteldheid, niet behoorlijk, of alleen plaatselijk gewerkt had." Over dezelfde epidemie van 1817—1818, die toen reeds meer dan 500 slachtoffers telde, zag weder een geschriftje van VAN DEN BOSCH ^) het licht. De gevallen, waarbij de gevaccineerden aangetast werden, worden besproken, „doch het getal der voorwerpen te voren geënt en naderhand door ware kinderziekte aangetast is in onze stad zoo gering, dat men het naauwelijks van 1 tot 2000 kan brengen." Mede als bewijs voor het nut der koepokinenting wordt aangehaald, het vrij blijven van alle kinderen in de Godshuizen, behalve één „omtrent de enting van hetwelk men schijnt misleid geweest te zijn." „In een tijd waarin men op alle wijzen tracht de voordeden dezer heilzame uitvinding tegen te werken of te verduisteren" achtte VAN STIPRIAAN LUISCIUS -) het noodig het onderwerp nog eens ernstig te behandelen, opdat blijke „wat waarheid en wat leugen is; terwijl men, door een gestadige vermaning van plichten, door aanmoediging, door voorbeelden, en door eene aanhoudende wederlegging van wanbegrippen, de halstarrigen overtuige, de wankelenden winne, de vreesachtigen aanzette, en de ') H. VAN DEN BOSCH. De kinderpokken welke voornamelijk in de jaren 1817 en 1818, zeer fel te Rotterdam geheerscht hebben, in verband beschouwd met de enting met koepokstof, en deeze in derzelver waarde gehandhaafd. 1818. ^) A. VAN STIPRIAAN Luiscius. De waarde der koepok-inenting gehandhaafd en opnieuw aanbevolen aan ouders en kunstgenooten, 1818.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 147

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's