Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 26

2 minuten leestijd

18 zelf de stoot tot het verlaten dezer hypothese gaven. Met grooter vooruitzichten zien wij de onderzoekingen tegemoet, welke op grond van ZWAARDEMAKER'S thermodynamische beschouwingen stellig niet zullen uitblijven. Overzien wij dus de resultaten, welke men verkrijgt bij een algemeen beschouwen van het orgaanleven, dan kan men vóór alles vaststellen, dat bij het leven van een orgaan een der algemeene levensfunctiën in versterkte mate aanwezig is. Men kan zelfs met de oudere physiologen (LuDwio, BRÜCKE, PLACE) meenen, dat de functie van een orgaan nooit anders kan zijn, dan een versterkte functie, welke aan elk, als individu levend, protoplasma voorkomt. Protoplasmatische cellen (amoeben b.v.) bezitten alle mogelijke orgaanfuncties. Organen daarentegen hebben een gereduceerd leven (KÜHN), dat wil zeggen, dat CREMER)

Gereduceerd leven

vóór alles zij de eigenschap geheel missen naar hun zelfbehoud te streven en daarnaast meerdere algemeene levensfuncties slechts in geringe mate of niet bezitten. Het komt mij dan ook als onjuist voor, een kleinere levenseenheid b.v. biont (RUBNER) te onderstellen, of van de levende stof te spreken ; ten eerste, omdat het leven in de organen in intensiteit verschilt en mede, omdat het protoplasma als een mengsel (phasen) moet worden opgevat en in geen geval het natuuronderzoek het bestaan van levende moleculen waarschijnlijk maakt. Wij meenden ook aan een voorbeeld te kunnen toelichten, hoe de samenstelling en functie van een orgaan geheel mechanistisch zou kunnen worden verstaan. We vonden binnen zekere grenzen een aanpassing aan bepaalde omstandigheden, welke aanpassing voor het „doel" van het organisme dienstbaar is. Een doel in het orgaan voor het orgaan herkenden wij nergens. De aanpassing laat zich in sommige gevallen, en zou vermoedelijk in alle gevallen, mechanisch kunnen worden verklaard uit de physicochemische eigenschappen der orgaansubstantie zelf. Deze theorie heeft voor ons zulk een waarschijnlijkheid, dat ook in die gevallen (bijv. bloedcirculatie), waar door groote gecompliceerdheid der verschijnselen duisternis heerscht, de physico-chemische verklaring stellig opheldering zal kunnen geven. (THÖLE). Er kan echter niet met genoeg nadruk worden gewezen op de nog steeds in de literatuur voorkomende oppervlakkige mechanistische verklaringen voor levensverschijnselen. Terecht kan men b.v. zeggen,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 26

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's