1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 186
176 ling omtrent de vaccine ; 2e dat — mocht deze onverhoopt tot stand komen — daardoor, ook al wordt de inenting zooveel mogelijk bevorderd, het aantal der ingeente personen allengs zal verminderen; 3e dat daarmede de morbiditeit en de mortaliteit aan pokken binnen niet langen tijd zal toenemen ; 4e dat dientengevolge de verspreiding van de smetstof der pokken onder de bevolking meer intensief en het gevaar van besmetting grooter zal worden ; 5e dat daardoor in verband met de eigenaardige wijze van bescherming, die door de vaccinatie wordt verschaft, èn dwang wordt teweeggebracht tot dikwijls te herhalen revaccinaties èn onzekerheid omtrent het succes der revaccinatie zelve ; 6 dat het derhalve ten zeerste te betreuren zou zijn indien uit de wet de bepaling wordt gelicht, die zooveel heeft bijgedragen om tot hiertoe ons land vrij te houden van epidemische verspreiding der pokken". Vrees dat het ontwerp LOHMAN wet zou worden en ieder „die aan den burgemeester der gemeente, waar zich de school voor zijne kinderen bevindt, verklaart dat tegen de toepassing of herhaling der koepokinenting bezwaren bestaan" vrij is art. 17 te ontduiken, doet PROF. KOSTER ') een waarschuwend woord schrijven. Wat het nut betreft wordt verwezen naar een artikel van DR. B. CARSTEN in den laatsten jaargang van den Volksalmanak van „het Nut" en een klein geschriftje van PROF. PEKELHARIN J, „De strijd tegen de smetstoffen". De twee redenen, waarom iemand niet gedwongen zou mogen worden, zelfs niet indirect volgens de memorie van toelichting zijn aldus te formuleeren : Ie. Aan de Regeering komt de vrije beschikking over het menschelijk lichaam niet toe. 2e. De poklijder is niet schadelijk voor hem die zich heeft doen inenten. De eerste stelling is te onbepaald, de tweede in abstracto juist, doch niet voor het practische leven. PROF. KOSTER wijst op een tegenstelling in de memorie. Eerst wordt daarin gezegd, dat het de Regeering niet voegt te bepalen, bij de oneenigheid der geleerden, welke leer orthodox is. Bij de laatste stelling ') W. KOSTER. De Staat en de koepok-inenting.. Uitgave van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 1890.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's