Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 39

2 minuten leestijd

31

siologisch nog in 't geheel niets. Het is duidelijk, dat we in het bestek van deze essay slechts bepaalde gezichtspunten konden aanwijzen, men herkent echter van daar uit niet alleen steeds meer eigenschappen, welke elk organisme bezit, maar tevens beinerkt men, dat van deze eigenschappen een zeer groot aantal erfelijk zijn, dus voor onze beschouwingen van beteekenis. In drie richtingen is dit resultaat van belang. In de eerste plaats direct in betrekking tot de berekeningen van DE VRIES omtrent den samenhang der mutaties en van den biologischen tijd op aarde. Db VRIES zegt in zijne Mutationslehre „Haben nun die Vorfahren unserer Oenothera. Lamarck vom Anfang an im Mittel in jedesmal 4000 Jahren auch nur eine Mutation erlebt, welche sie um je einzige Eigenschaft reicher gemacht hat, so kann der Bau unserer Pflanze doch schon 6000 Charaktere aufweisen, wahrend die vergleichende und beschreibende Wissenschaft kaum jemals eine so hohe Zahl für sie zusammenbringen wird." Behalve met deze opvatting hangt het genoemde feit met al die theoriën, welke het ontstaan der soorten trachten te verklaren, samen. Wij zullen hier later op terugkomen. Verder staat het in verband met het aantal determinanten, dat in de kern der kiemcel wordt verondersteld en hierdoor met de theoriën, welke de erfelijkheid moeten verklaren. Determinanten.

Heeft niet reeds DARWIN uiteengezet, dat elke

.

,

,,

x.

i i-i

j

eigenschap, welke onafhankelijk van andere vanëeren kan, aan een bijzondere stoffelijke drager gebonden moet zijn. Sindsdien werd deze stelling door ongeveer alle biologen gedeeld. (WEISSMANN). Reeds velen is het groot aantal dergelijke erfelijkheidsdragers opvallend vreemd voorgekomen, waarbij zich nog twee bezwaren voegden. In de eerste plaats moest men aan elk der determinanten eene (uit meer dan een molecuul bestaande) verschillende structuur toeschrijven en bleef de vraag over of de grootte van het chromatine voldoende was en ten tweede bleef het oorzakelijk verband tusschen determinant en de daardoor vertegenwoordigde eigenschap een volkomen duistere. We zagen reeds, hoe deze overwegingen sommigen tot vitalistische hypothesen een toevlucht deden nemen. Was het bij DRIESCH de entelechie, bij SEMON vinden we de stoutmoedige hypothese der „mneme '.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 39

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's