1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 38
3Ó
protoplasma-uitloopers vallen tot kleine balletjes uiteen. JENSEN besluit hieruit m.i. terecht, dat het protoplasma van alle Rhizopoden onder elkaar verschillend is. Nog wil ik op een paar punten wijzen. Ten eerste kan elk kunstschilder ons leeren, hoe een enorm aantal eigenschappen een menschelijk (en in geringer mate ook een dierlijk) gezicht vertoont en men wordt een breed terrein gewaar, welks onderzoek opnieuw een zeer groot aantal eigenschappen van een organisme aan het licht kan brengen. Ten tweede behooren tot de eigenschappen van een organisme, behalve de gedragingen onder verschillende omstandigheden, ook de gedragingen onder den invloed van den tijd. Zoo komt de tuberculose in sommige families op een bepaalden leeftijd voor, hoewel omtrent het werkelijk erfelijk zijn dezer ziekte nog lang geen eenstemmigheid is verkregen. Het eerste optreden van geslachtsrijpheid is bij zeer veel organismen aan talrijke, ten deele erfelijke, variabiliteiten onderworpen. Eindelijk is ook de duur van het leven een belangrijke erfelijke eigenschap ! De samenhang van dezen leeftijd met de stof (energie) wisseling in het organisme, heeft ons RuBNER in zijn laatste werk uiteengezet, al kunnen wij met de gedetailleerde conclusies geen vrede nemen. We kunnen niet nalaten van de monistische overijldheid dezer moderne schrijver van „Kraft und Stoff" een voorbeeld te geven. De caloriën, welke een volwassen dier per K.G. gedurende zijn leven gebruikt, zijn voor het paard 163900 hond 1640U0 cavia 265000 rund 141900 kat 223800 mensch 725800! RuBNER noemt deze waarden gelijk, uitgezonderd het voor den mensch gevonden bedrag. De regelmatige aangroeiing der cijfers doet een ander verband vermoeden, dan het door RUBNER veronderstelde. RL'BNER meent „Die Lebensdauer lasst sich demnach als eine Funktion des Energieverbrauchs der Biogene und Bionten ausdrucken." Opvallend is echter, dat het menschelijk protoplasma : „Eine viermal so grosse Lebenszahigkeit bezitzt, dass wir also einer erstaunlichen Langlebigkeit uns erfreuen." (S. 180). (We zullen zien, hoe deze bijzonderheid van den mensch ons en vingerwijzing is bij de beschouwingen op blz. 46). Verder weten wij omtrent de eigenschappen van een organisme in embryonalen staat nog zeer weinig, en vooral vergelijkend phy-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's