Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 159

2 minuten leestijd

149 zeker is, dan die, welke de eenmaal doorgestane kinderpokken oplevert" (pag. 33). Bij de Joden vond hij doorgaans geen tegenstand, integendeel drongen zij zelf op spoedige vaccinatie aan. Na de Joden werd de minste tegenstand gevonden bij de Remonstranten en Roomsch Katholieken, dan bij de Hervormden en Lutherschen, die op ware'verlichting aanspraak mogen maken: „maar groot en onverwinbaar is de tegenstand bij die Hervormden die onwrikbaar aan zekere leerstellingen verkleefd zijn, welke zij als de waarachtige grondslagen hunner geloofsbelijdenis beschouwen" (pag. 54). 1834. Naar aanleiding van een prijsvraag, uitgeschreven door de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem heeft SMEETS ^) een antwoord trachten te geven op de vraag, waarom de pokken in den regel slechts eenmaal bij hetzelfde voorwerp voorkomen en op welke wijze het veelvuldig voorkomen van de gewijzigde pokken te verklaren is. Volgens SMEETS bestaat de vatbaarheid voor de kinderziekte in een stoffelijk iets, dat in het watervatenstelsel is te zoeken. Is deze stof eenmaal vernietigd, dan is ook de vatbaarheid voor altijd weg. Alleen als deze stof te groot zou zijn om door één besmetting verbruikt te worden, blijft de mogelijkheid bestaan nogmaals dezelfde ziekte te krijgen doch lichter. Dat men hedendaags zoo dikwijls gewijzigde en echte pokken bij gevaccineerden ziet ontstaan, schreef hij niet toe aan de ontaarding of verzwakking der koepokstof, omdat dan de gevaccineerden van de laatste 5 a 6 jaren het meest getroffen moesten worden ; ook niet aan de slechts tijdelijk werkende voorbehoedende kracht, want hij zag geen verband met den tijd, waarop gevaccineerd was; doch gaf als verklaring op, dat bij de kunstbewerking geen rekening gehouden werd of kon worden met de vatbaarheid, terwijl de natuurlijke besmetting afhankelijk was van de dispositie. 1835. Naar aanleiding van het zich voordoen van de pokken na vaccinatie stelde SCHOUTEN^) zich tot doel Ie de voornaamste bezwaren tegen de vaccinatie aangevoerd te weerleggen, 2e de ') C. H. SMEETS. Verhandeling over de koepokinenting, bekroond 1834. 2) H. J. SCHOUTEN. Geschied- en ziektekundige bedenkingen en aanwijzingen omtrent de Koepok-inenting, 1835.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 159

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's