Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 160

2 minuten leestijd

150 voorwaarden aan te wijzen, welke de kunstbewerking vordert. Naar de algemeene opvatting dier dagen gelooft hij „dat men de voorwaarden, welke de koepok-inenting vordert, niet in het oog heeft gehouden" en „dat gevolgelijk het missen van het zedelijk doel der koepokinenting alleen moet gezocht en gevonden worden in de miskenning van het wezen, van het resultaat en van het beloop der koepok" (pag. 17). Niet onaardig spreekt hij van „het zedelijk doel" der vaccinatie voor zooverre de koepok toch optreedt als plaatsvervanger van de menschenpokken (pag. 69). „Immers niet te voren berekenende bespiegelingen, neen de Voorzienigheid, Gods vinger heeft JENNER zijne ontdekking aangewezen, en de mensch heeft slechts deze aanwijzing van toepassing gemaakt." 1838. Den twijfel omtrent het nut der vaccinatie opgewekt door het toenemen van de gevallen, niet slechts van de varioloïden doch ook van de variolae verae, tracht ARNTZENIUS ') weg te nemen. Aangenomen wordt, dat in die gevallen slechts een gedeeltelijke onvatbaarheid verkregen is, omdat men niet genoeg acht geslagen heeft op het al of niet regelmatig beloop der vaccine en te groote zorgeloosheid heerscht bij het vaccineeren, daar niet genoeg gelet wordt op het gestefder kinderen. Bestreden wordt daarentegen de opvatting, alsof de vaccine verbasterde, evenals de andere meening, dat de voorbehoedende kracht slechts een tijdelijke is. Practisch maakt dit voor ARNTZENIUS geen verschil uit, want hij stelt voor, de revaccinatie te verrichten na 10—15 jaren, Ie met het oog op de gedeeltelijke wegneming der dispositie voor de variolae vooral als onzekerheid bestaat omtrent het regelmatig beloop der eerste inenting, 2e met het oog op het nut dat daarvan gezien is in het Pruissische leger in 1834. In plaats van 108 soldaten in 1833, stierven in 1834 slechts 38, waarvan 30 niet gerevaccineerd waren, 6 te vergeefs en slechts 2 met goed gevolg ; 3e op grond van eigen waarnemingen. De revaccinatie is aldus een onschadelijke proefneming omtrent de al of niet overgebleven dispositie voor de Kinderziekte. In het rapport naar aanleiding van het voorstel „dat men bij de koepok-inenting in het genootschap zich zorgvuldig zoude ') ARNTZENIUS. Iets over vaccine 1838.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 160

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's