1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 49
41 zich een materiëele (moleculaire) zuivere voorstelling vormen, zoolang de toestand van het water, en van de opgeloste stoffen niet is verklaaid. Bovendien wacht het verschijnsel der viscositeit, evenals dat der kristallen (vloeibare) nog op een physische verklaring en is nog niet te overzien, in hoeverre de eiectronenieer onze voorstelling van den toestand der opgeloste stoffen en der contactpotentialen (HELMHOLZ) zal wijzigen. Met de meerdere zekere en algemeenere physische en chemische theoriën heeft de physiologic immers altijd gelijken tred gehouden. Het voordeel van mijne erfelijkheidshypothese is, dat zij in aansluiting met de ontwikkelingsmechanica, zoowel de erfelijkheid van anatomische als physiologische eigenschappen voor eiken leeftijd van uit een gezichtspunt tracht te verklaren. Inplaats van gecompliceerde determinantenverzamelingen, welke alle onder elkaar verschillend, elk zich vermenigvuldigen ; onderstelt mijne hypothese een, voor elke kiemcel, bepaalde chromosomenstructuur (opgebouwd uit slechts een gering aantal molecuulsoorten), aan de ongelijkwaardige (gepraeformeerde) celdeeling het overlatende, welke plaats- en intensiteitsfactor een cel van embryo of volwassen organisme zal bezitten. Deze beschouwingen dringen de correlatieve erfelijkheid op den voorgrond en geven aanleiding te meenen, dat variaties, voor zoover zij erfelijk zijn, slechts geringe onvolkomenheden') in de gelijkwaardigheid der kiemcellen van een geslachtsorgaan zijn (meest een verschil in de intentiteitsfunctie), mutaties daarentegen berusten op een ingrijpende structuurverandering, waardoor noodzakelijkerwijze meerdere eigenschappen (ook physiologische) van het organisme tegelijk worden gewijzigd. Omtrent het verstaan der wet van MENDEL en wat daarmede samenhangt, geeft onze hypothese geen ander inzicht, daar zij zich slechts over de structuur der erfelijkheidsdragers een voorstelling tracht te vormen. Alvorens over te gaan tot het bespreken van het ontstaan der soorten, dienen we ons nogmaals een zuiver beeld te vormen van het verkregen resultaat om daarbij een korte beschouwing omtrent het ontstaan van het leven aan te sluiten. We meenden uit het analytisch beschouwen onzei ervaringen te kunnen concludeeren, dat noch bij de functies van 1) De ongelijkheden in de herhalingen der natuur zijn een interessant vraagstuk; kristal, spiercurve, reflexen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's