1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 55
47 gronden, slechts de mutatietheorie van HUGO DE VRIES als werkelijk experimenteel waarschijnlijk gemaakt, aanzien. Daarbij zullen de physiologische mutaties, afzonderlijk of in correlatie met andere, een belangrijker rol spelen, dan men vermoedde. De invloed van algemeene omstandigheden op het ontstaan van mutaties zal dan begrijpelijker zijn (coloradokever). '•) Welnu, de mutatieleer doet ons slechts veranderingen kennen, welke een plant of dier zoodanig wijzigen, dat er een, in vele opzichten ander, dier uit ontstaat, maar het ontstaan van een andere soort vond men nooit. Wetenschappelijk is dus een polyphyletische (veelstammige) ontwikkeling het waarschijnlijkste. Verder zij nogmaals opgemerkt, dat deze mutaties slechts door inwendige ontwikkelingswetten worden beïnvloed en meestal van eenig verband met een natuurkeus niets blijkt. Wil men de natuurkeus nazoeken in de enkele gevallen, waar ze onmiskenbaar haar werkzaamheid ontvouwt, dan treft men naast een morphologische „Auslese", een physiologische in veel hooger mate aan. In den strijd om het bestaan zullen, ongevoeligheid voor bepaalde bacteriëele invloeden, het doorstaan der winterkoude (graansoorten), meer of sterker verterend maagsap, scherper zintuigen, sneller en meer reflexen, aanpassing aan osmotische drukverschillen, minimum stofwisseling met maximum energie ! enz., van meer beteekenis zijn, dan de meeste anatomische eigenschappen, (langer neus, vorm van haar of staart.) De studie der erfelijkheid van physiologische eigenschappen (in engeren zin) zal dan ook voor de selectie verschijnselen een onmiskenbare beteekenis blijken te hebben. Tegen het feit, dat door mutatie uit één oercel alle organismen zijn ontstaan, geeft de overweging van den onvoldoend biologischen tijd (zie blz. 28 e. v.) nog een verder motief. Zoo staan wij dan voor het laatste vraagstuk der i i i i u - j i i ^ t^ ontwikkehngsgeschiedenis; n.l. het ontstaan van den mensch. Wij moeten hierbij, onze beschouwingen vooruitloopende, het resultaat van het volgende voorop stellen Ontstaan van . .
1) De pogingen der neo-Laniarckisten om de eifelijkheid van verworven eigenschappen aan te toonen en te verklaren kan men wel zóó samenvatten, dat de verklaring sneller en gemakkelijker werd gegeven ; dan eenig experimenteel bewijs, dat het feit zelf bestond, ooit geleverd werd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's