1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 197
187 d.w.z. te laat gevaccineerd zijn, dan is de feitelijke sterfte slechts 10 = + 3.87o. Zoo blijkt ook, dat in deze epidemie in verhouding veel meer oningeënten aangetast werden, daar hoogstens Vs gedeelte der inwoners niet ingeënt waren, en aangetast 4 maal grooter sterftekans hadden dan de gevaccineerden, 8 maal grooter dan de gerevaccineerden. Ook blijkt uit een andere tabel: „dat de vatbaarheid voor besmetting toeneemt, naarmate de inenting langer geleden heeft plaats gehad." Tot volgende stellingen komt DR. VROESOM DE HAAN op grond van zijn onderzoek: „Eene vaccinatie, één a twee weken geleden verricht, geeft geene voldoende waarborgen voor onvatbaarheid voor pokkensmetstof. Korten tijd vóór of in de eerste dagen na de besmetting toegepast, kan de vaccinatie toch nog een gunstigen invloed uitoefenen. Bij dreigend gevaar moet de vaccinatie onmiddellijk worden toegepast. Het beschuttend vermogen der vaccinatie neemt ongeveer af in reden van het aantal jaren, dat sinds de vaccinatie verstreken is. Bij het heerschen van pokken, verdient bij éénmaal ingeënten een spoedige herhaling der kunstbewerking aanbeveling." Opvallend hoog in deze epidemie was het aantal gerevaccineerden, dat aangetast werd, doch voor een deel is dit toe te schrijven aan het feit dat de vaccinatie reeds lang geleden was en de revaccinatie te laat geschied is, of ook wel onvoldoende. Niettegenstaande blijkt toch: „dat tijdige revaccinatie de heilzame werking der vaccine bevordert; revaccinatie kan ook dan nog een gunstigen invloed uitoefenen, wanneer besmetting reeds heeft plaats gehad." De eerste revaccinatie moet 5 a 10 jaar na de eerste inenting geschieden. Na een tijdsverloop van 10 jaren is eene herhaling der revaccinatie gewenscht. Bij het heerschen van pokken, moet de revaccinatie reeds na een korter tijdsverloop plaats hebben. Algemeene conclusie : dat de vaccine een uitnemend voorbehoedmiddel tegen de pokziekte is, dat echter alleen doel treft, wanneer aan de eischen voldaan wordt, die haar beschuttend vermogen verzekeren. Deze zelfde epidemie benutte DR. VAN DER WILLIGEN ') voor zijn onderzoek naar het verband tusschen zwangerschap en pokken. ') DR. A. M. VAN DER WILLIGEN. Pokken in de zwangerschap. 80 gevallen van variolae gravidarum. 1895 Ned. Tijdschrift v. Geneesk. 1 pag. 485. Orgaan
13*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's