Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 60

2 minuten leestijd

52 we hadden waargenomen, dat het de lucht doorkliefde, hi dit eenvoudige voorbeeld zien we direct de zoo vaak gebruikte onjuiste uitspraak, Niet de beweging, niet het voorwerp is doelmatig, maar de intelligentie (de schutter), welke de beweging in het leven riep, het voorwerp voor zijn doel uitkoos ! Hoe is nu de doelmatigheid van een organisme n.l de inrichtingen tot behoud van individu en soort te verstaan ? Opnieuw herkennen we slechts 3 mogelijkheden. 1. door toeval ontstaan, 2. door een eigen > intelligentie. 3. Door een buitenstaande intelligentie. De eerste mogelijkheid wordt door het materialisme aanvaard en valt met de kritiek, die wij hier en daar in enkele lijnen schetsten. De tweede mogelijkheid is het vitalisme en wetenschappelijk niet dwingend, daar de derde mogelijkheid grooter „waarschijnlijkheid op waarheid" (LAND) bezit. Namen wij voor den doelmatigen bouw van een kogel of compensatieslinger de menschelijke intelligentie als oorzaak aan, in de natuur herkennen en erkennen wij slechts één doelzettende Intelligentie, welke buiten de natuurobjecten ligt. Philosophisch is dan ook het teleologisch-vitalisme nog meer te verwerpen dan op wetenschappelijke gronden. Het eenige individueele in organismen, dat een zeer beperkt doel zich kan stellen, is dus de willende intelligentie, zooals we die bij den mensch waarnemen. Bij de natuurwetenschappelijke beschouwing der organismenwereld, hebben wij nu dus vóór alles de vraag te beantwoorden in hoeverre er een dierpsyche en plantenpsyche bestaat. Om begripsverwarring te voorkomen, zij opgemerkt, dat het woord ziel in dit geval slechts beteekenen kan, het bewust worden van reflexen en coördinatie van reflexen, welke laatste alleen te verdeelen zijn naar de grootte van de „common path", welke vele sensible prikkels verzameld tot een enkel motorisch effect (SHERRINGTON). Het daarbij optredende geheugen en de z.g. associaties zijn zonder twijfel aanwezig, men heeft toch reeds bij den kikvorsch „Rückenmarkserinnerung" kunnen vaststellen. Dat daarnaast de zoogdieren en misschien enkele koudbloedigen bewustzijn bezitten, moet als zeer waarschijnlijk worden aangezien, al bestaat er geen reden (voor wie geen monistisch fanatisme bezit) in lagere dieren een ziel te veronderstellen. ^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 60

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's