1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 52
44 zuurstof te leven, vermogen om eiwit en koolhydraten uit anorganische stof te vormen, groot weerstandsvermogen voor zuren en alcaliën en voor vergiften (va/i het amoëboplasma) b.v. cyaankali. De cellen der hoogere organismen zouden dan een symbiose zijn van mykoplasma (kernsubstantie) en amoëboplasma (protoplasma). Ontegenzeggelijk geeft dit gezichtspunt van MERESCHKOWSKY aanleiding te vermoeden, dat op experimenteelen grondslag omtrent de wijze van het ontstaan der levende stof nog wel in de toekomst eenige opheldering kan worden verwacht. Ook geologische studies zullen hierbij uitnemende diensten kunnen bewijzen. DUBOIS wees er reeds op, dat de planten er eerder zullen zijn geweest, dan de dieren, daar het hooge koolzuurgehalte der atmospheer in vroegere eeuwen wel het leven van planten, niet dat van dieren mogelijk maakte. Ontstaan der
Komen wij nu tot het ontstaan der soorten. ,, ,
, ,
..
,
x u •
.
Het vraagstuk waarvoor wij worden gesteld is: Op welke wijze ontstonden op de aarde de veelheid van vormen, welke het planten en dierrijk ons toonen? V. UEXCÜLL zegt ergens, dat, wie in staat is een amoebe te maken, even gemakkelijk een paard kon maken. En werkelijk zou men daarvoor alleen meer stof noodig hebben, want in beginsel vinden wij bij alle organismen gelijke functioneele eigenschappen en zooals de nieuwste onderzoekingen leeren, zijn ook alle organismen even volkomen aangepast aan hunne omgeving (Umwelt). De opvatting van VON UEXCÜLL wordt nog versterkt, wanneer wij op grond van de reeds ontwikkelde theorie der erfelijkheid inzien, dat de kiemcel van elk dier of plant uit gelijksoortige stof, naar gelijke principes, is opgebouwd. Dit beginsel maakt ons de Schepping van meerdere verschillende kiemcellen, welke tot evenveel verschillende uitgangspunten van dier- en plantengeslachten worden, even waarschijnlijk, als de schepping van een enkel, z.g. lager levend, organisme. Hierbij kunnen wij in verband met de mutatieleer nog meer zeggen. Bij de mutatie n.l zien wij een diepgaande verandering in den bouw van het kiemplasma optreden, welke slechts quantitatief, niet qualitatief verschilt van het ontstaan eener eerste organisme-aanleg. Voor beiden blijft zoowel de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's