Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 180

2 minuten leestijd

170

„Enkele gevallen, die buitengewoon voorbeschikt zijn, zullen als uitzonderingen wel altijd blijven voorkomen" (pag. 38). Aangaande de wijze van verspreiding worden tal van goed vastgestelde feiten meegedeeld en tenslotte de maatregelen ter beteugeling der epidemie aangegeven. Gebleken is, dat zonder krachtige maatregelen niets is aan te vangen, de verwaarloosde vaccinatie niet spoedig hersteld, de pokzieken niet behoorlijk afgezonderd, desinfectie gebrekkig uitgevoerd etc, „aan inenting wilde men zich niet onderwerpen, de woningen der pokzieken werden als gewoonlijk bezocht of wel het bestaan der ziekte werd geheim gehouden, desinfectie werd niet toegestaan — en dat alles op grond eener godsdienstige overtuiging, welke tegen elke redeneering bestand bleek te zijn en door enkele voorgangers of leiders dezer ongelukkigen onderhouden werd met een ijver, dien men nimmer te sterk zal kunnen afkeuren; menigeen toch is daarvan het slagtoffer geworden." „Voorlichting, raadgeving, het beschikbaar stellen van geneeskundige hulp en ontsmettingsmiddelen, en dergelijke meer" bleken onmachtig. Krachtiger maatregelen worden dan ook noodzakelijk geacht „tegenover den onwil, de onverschilligheid, de belangzucht, de onkunde en de dweepzucht der ingezetenen", want „ten koste van duizenden menschenlevens" heeft de ervaring het volgende aangaande den heilzamen invloed der koepok-inenting geleerd: „1. De verspreiding der kinderpokken is het grootst en het doodelijkst, waar de tegenstand tegen het inenten het hevigst is. 2. De kans, om door de ziekte aangetast te worden, is voor niet-ingeënten veel grooter dan voor ingeënten. 3. Hoe meer niet-ingeënten in een kring zamen wonen, des te meer loopen ook de onder hen vertoevende ingeënten gevaar, want de besmettelijkheid der ziekte wordt des te grooter, naarmate de aangetasten talrijker en digter opeengedrongen zijn. 4. Alle niet-ingeënten zijn dus voor de volksgezondheid gevaarlijk." 1883. In het proefschrift van THOMAS ') vinden we allereerst ')

A. J. A. THOMAS.

De vaccinatie-quaestie.

Proefschrift, 1883.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 180

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's