Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 33

2 minuten leestijd

25 voor deze beide momenten, evenals voor alle, andere, slechts drie verklaringsmogelijkheden bestaan, waaruit wij een keuze moeten doen. Zij zijn: Ie inwendige materiëele eigenschappen; 2e uitwendige materieele eigenschappen en 3e een immateriëele factor. Kunnen wij voor het specieskarakter en de prospectieve potentie (ento-, ectoderm etc.) het eerste aannemen ; voor harmonie en wisselende prospectieve beteekenis is dit onmogelijk. Wij vragen ons dus af, of er factoren der buitenwereld zijn, die de harmonie der systemen veroorzaken en de (schijnbare) ongedetermineerde prospectieve beteckenis determineeren. In dit geval zijn wij niet genoodzaakt van „indeterminiert" te spreken en dus ook niet het determineeren door de immateriëele factor van DRIESCH aan te nemen. Reeds deelde ik mede hoe door DRIESCH werd betoogd, dat de factoren der buitenwereld n.l warmte, ' . zuurstof en zoutgehalte de systemen in gelijke wijze beïnvloeden. Dit nu is onjuist. Vooreerst weten wij, dat bij de werkzaamheid der cellen — en men moet deeling een functie eener embryonale cel noemen, — een zekere stofomzetting plaats vindt, welke uitsluitend een calorische beteekenis heeft (RUBNER). Voor de contractie van een spier, voor de verteering en resorbtie, zoo ook voor de celdeeling, wordt steeds veel meer warmte geproduceerd, dan de mechanische arbeid bedraagt. Deze warmte ontstaat in de cellen en geeft dus van af de plaats der productie een warmte stroom naar de omgeving. Omtrent de mate van temperatuursverhooging op sommige punten in de cellen zijn wij nog geheel in het onzekere, al zal deze wel niet zooveel bedragen, als wel eens werd verondersteld. (ENGELMANN). In ieder geval maakt deze warmteproductie een ongelijke omgeving voor verschillende cellen en celdeelen. In nog hooger mate geldt dat voor de Zuurstof. Dit, van de buitenbegrenzing (van een embryo b.v.), indringend gas, wordt door de cellen in verschillende mate gebonden. De moderne studie der gasspanningen in de weefsels (KROGH) en de weefselademhaling (THUNBERG. WINTERSTEIN) leverden ons hieromtrent reeds eenige gegevens. Nog belangrijker is het verband tusschen 0^, warmteproductie en de producten, welke in de cellen ontstaan. Van deze producten noem ik slechts de stofwisselingsproducten en de hormonen. Fctorcn dci*

, ., ,. buitenwereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 33

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's