Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 156

2 minuten leestijd

146 1825. Met een voorbericht van den hoogleeraar in de veeartsenijkunde NUMAN, en een algemeen overzicht, verscheen in druk de proeven en waarnemingen van den heelmeester D. H. VAN DER MEER te Dragten, en de geneesheeren H. C. MEDENBACH DE ROOY te Nijkerk, SIQISMUND ELLERBEEK te Eibergen en G. A. RAMAER te Zwolle ^) in opdracht der regeering in 1821 en 1822 verricht, naar aanleiding van een pokken-epidemie, onder de schapen uitgebroken. De inoculatie was zeer doeltreffend; de dieren werden slechts weinig ziek en in korten tijd was de kudde van de pokken gevrijwaard; over het resultaat met koepokken verkregen, blijkt vooral verschil te bestaan ; in 't geheel toonde de koepokstof zich minder actief. In een voordracht betreurt NUMAN ^) het, dat de vergelijkende geneeskunde nog zoo weinig beoefend wordt, daar het beveiligend vermogen der koepokinenting tegen de kinderziekte dan veel vroeger bekend zou geweest zijn. Ook acht hij een pare. vaccinogène gewenscht — wat eerst in 1868 werkelijkheid werd. Zijn proeven met koepokstof slaagden meer of min bij het paard, ezel, kameel, geit, schaap, varken, aap, hond, niet daarentegen bij het konijn, wat bevreemdde, daar bekend was, dat hazen en konijnen zoo vatbaar zijn voor de schapenpokken. 1827.

In een „Aanhangsel" bij de vertaling van de studie van de conclusie met die, waartoe door de „HoUandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem" in 1823 bekroonde prijsvraag. Beiden aarzelen nog te erkennen, dat de tijd als zoodanig het beveiligend vermogen der koepokken doet afnemen ; veeleer geven beiden op „voorafgegane gebrekkige koepok-inenting" (pag. 300), waarvan ook beide opsommen de eischen, waaraan een goede vaccinatie behoort te voldoen. De noodzaak van LÜDERS •') vergelijkt DR. DE BRAUW GITTERMAN te Emden kwam in zijn

') Proeven en Waarnemingen omtrent de inenting der pokken aan schapen, door den heelmeester D. H. VAN DER MEER en de geneesheeren H. C. MEDENBACH DE ROOY, SIQISMUND ELLERBEEK, en O. A. RAMAER, met

een

vergelijkend overzigt, hiertoe betrekkelijk en eene voorrede, door DR. A. NUMAN,

1825.

2) A. NUMAN. Proeven omtrent de werking van de smetstoffe der koepokken op onderseheidene huisdieren, met aanmerkingen, daartoe betrekkelijk een bijdrage tot de vergelijkenden geneeskunde. ^) AD. FRED. LÜDERS. Proeve eener oordeelkundige geschiedenis van de bij de gevaccineerden waargenomen kinderziekte, 1827. Vertaald door DR. J. DE BRAUW.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 156

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's