1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 165
155 regeling der revaccinatie" naar den toestand der vaccinatie over de jaren 1838—'47, bleek dat het geboortecijfer, dat van de gedane inentingen verre overtrof, terwijl in die tijdsruimte jaarlijks in de meeste provinciën de pokken min of meer woedden. Als oorzaken van deze nalatigheid worden opgegeven vooroordeelen, onverschilligheid en in niet geringe mate de z g.n. godsdienstige bezwaren. Vandaar een woord ter waarschuwing aan dezen, „ten einde zij het middel, dat den mensch door God ten zegen is gegeven, naar waarde mogen leeren schatten en zoo gebruiken, als wetenschappelijke ondervinding voorschrijft." De bewering, dat een inenting voor het leven beveiligt, was niet door de ondervinding bevestigd. Deze dwaling wordt betreurd vooral „omdat men, door meer te belooven dan geoorloofd was, het vertrouwen op de vaccine geschokt en nieuw voedsel aan vooroordeel en onverschilligheid bij onkundigen gegeven heeft." Het nut der vaccinatie wordt bepleit op grond van ervaringen in het buitenland verkregen, doch ook op eigen ondervinding gedurende de epidemie van 1842 verkregen. Met nadruk wordt aangeraden zich om de 10 jaren te laten revaccineeren. Ten besluite worden afgedrukt de bepalingen voor eene algemeene revaccinatie. 1853. Aan de feestrede van LUBER ter gelegenheid van het 50-jarige bestaan van het Amsterdamsch genootschap ter bevordering der Koepok-inenting, zijn volgende bijzonderheden ontleend. Door welwillendheid van de Regenten van het Engelsche Weeshuis, van wie eenigen aan het Genootschap verbonden waren, werd dit Weeshuis de plaats waar men vergaderde en waar de vaccinaties werden verricht. Toen de deelname grooter begon te worden, werd de Engelsche Kerk daarvoor opengesteld, doch na herhaalde ongeregeldheden van de zijde der minvermogenden, de vergunning ingetrokken, waarop door het Stadsbestuur een locaal aan de O. Z. Voorburgwal werd afgestaan. Reeds in 1804, werden op verzoek van Kommissarissen van de Het vijftig-jarig bestaan van het Amsterdamsch genootschap „Ter bevordering der koepokinenting voor minvermogenden herdacht op den eerste November 1853 door Ds. M. W. LUBER voorzitter en W. H. WARNSINK mededirecteur van voornoemd genoootschap 1853. Orgaan.
11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's