Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148

2 minuten leestijd

138 weifelaars inlichtte." Het is een verdienstelijk stuk werk, niet zoozeer door de toevoeging van nieuwe bewijzen, als wel door de heldere zaakrijke wijze, waarop het vraagstuk toegelicht wordt. De bekende litteratuur vindt men goed verwerkt hierin terug. Andermaal heeft THOMASSEN a THUESSINK, ^) geschreven naar aanleiding van den twijfel, die gewekt was geworden in de laatste epidemie, of de beveiligende kracht wel op den duur plaats heeft. Als zijne meening geeft hij te kennen, dat sommigen niet door de echte koepokstof zijn ingeënt, dank zij de feitelijk onkundigen, die er meer op letten, hoevelen geënt zijn, dan waarmede ; en dat anderen slechts waterpokken zouden gehad hebben. Zoo blijven slechts weinigen over, die mei goede koepokstof ingeënt de pokken krijgen. Aangenomen wordt, dat in die gevallen ingeënt was op een tijdstip, waarop het lichaam niet geschikt was om op de vaccinatie te reageeren. Als eisch voor een goede vaccinatie acht hij daarom niet voldoende, dat op den 8en, 9en en lOen dag de roode ring om de koepok zich ontwikkelt, doch dat het lichaam op den 5en en 6en dag met koorts reageert. Eerst als deze beide voorwaarden vervuld waren, mocht men verwachten, dat de dispositie van pokken geheel d. w. z. voor altijd uitgeroeid was. Het optreden van de gemodeficeerde pokken zou zijn een gevolg van een onvolkomen vaccinatie welke de dispositie slechts gedeeltelijk had weggenomen. 1819. Door den Minister van Binnenlandsche Zaken, „aangeschreven en gemachtigd een instructie te vervaardigen omtrent de koepokinenting", heeft de gezondheidscommissie te Dordrecht als het gewrocht van rijpe overwegingen en beraadslagingen deze „Handleiding" -) aangeboden. De ontdekking der koepokstof en de enting met dezelve wordt allereerst beschreven. Vervolgens wordt vermeld het feit, dat ook in ons land (in 1805—'06 en in 1810 en 1816 te Geervliet de koepokken zijn waargenomen. Dan als eisch, waaraan de lymphe ') E. J. THOMASSEN k THUESSINK. Over het beveiligend vermogen der koepokken tegen de kinderpokken. 1818. ^) Handleiding tot de Icennis der enting met koepokstof voornamelijk ter inlichting voor de Heelmeesters ten platten lande onder haar Ressort, opgesteld en uitgegeven door de Provinciale Commissie van Geneeskundig onderzoek en toevoorzigt, residerend te Dordrecht, 1819.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's