1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 21
13 Alvorens de functies der organen te analyseeren, willen we met enkele zinnen de samenstelling der organen amens e ing er j ^ ^^^^ gedachte terugroepen en de wijze, waarop organen.
^
f
i
>
r
wij deze bouw hebben te verstaan. Vaak wordt bij de beschouwing der bouw en functie der organen het hoofdgewicht op de samenstellende cellen gelegd. Hierbij worden planten en dieren als staten van tot een hooger individualiteit vereenigde aardgelijke cellen opgevat (HERTWIO.) Dit nu komt mij als geheel onjuist voor (zie ook HEIDENHEIN). In de eerste plaats vinden wij bij eencelligen reeds organen gedifferentieerd, dus deelen van het organisme, die op een bepaalde functie zijn ingericht, en dus andere eigenschappen der levende stof min of meer hebben verloren. Als zoodanig, kan men noemen, de voedingskanalen (HOLMOREN), spierfibrillen, prikkelgeleidingsbanen, pigmentvlekken, welke aan eencelligen optreden. Bovendien zagen we reeds hoe v. UEXKÜLL ons opmerkzaam maakte op organen der amoeben. Het zijn juist deze differentiaties in de cellen, welke, onder meer, voor sommige natuuronderzoekers aanleiding waren om lagere levenseenheden (bionten) dan cellen aan te nemen. Deze gevolgtrekking is geene dwingende; de opvatting, dat de levende stof een mengsel is van chemische stoffen in verschillende phasen (BUTSCHLI, RHUMBLER etc.) laat dergelijke differentiëeringen zeer veel beter denkbaar zijn. Bij hoogere dieren en planten bestaan de organen meest uit vele cellen, vaak uit vele weefsels. Een orgaan is een functioneele eenheid, een weefsel een morphologische. Het ontstaan der organen, dat wij later uit. ,, , . j , • , • .•• voenger zullen behandelen, is voorloopig bij een- en veelcelligen te beschouwen als een functioneele differentiatie, het ontstaan der weefsels als een cellulaire differentiatie, beginnende bij het ontstaan der kiembladen. Was het sinds langen tijd bekend, dat organen van^organen^" ^^" '"^'^'^ ^ minder zelfstandig bestaan konden voeren, naarmate hen buiten het organisme daartoe meer of minder gunstige voorwaarden werden geboden ; door de onderzoekingen van CARREL omtrent het „überleben" van deelen van warmbloedige dieren, is op nieuw getoond, dat men Orgaan en weefsel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's