1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 100
92 beschuldigt VAN DIEREN WALLACE van „listigheid," omdat hij, om den invloed der vaccinatie na te gaan, de statistiek laat beginnen met den dwang. Terecht. Iedereen, die zich bezig heeft gehouden met het vaccinatie-probleem, moet weten, dat toch ook het vaccineeren vóór dien tijd niet zonder invloed was ; dat met den dwang niet steeds de vaccinatie-toestand verbeterde, en dat bij opheffing van den dwang, ook al wordt het vaccineeren nagelaten (de invloed van de vorige vaccinatie nog 10 en meer jaren merkbaar is, „zoodat men zeker weet op deze wijze statistieken te leveren, welke tot valsche conclusies moeten leiden", en toch neemt LOHMAN het op voor de methode van WALLACE. Hoofddoel schijnt te zijn den persoon van VAN DIEREN te treffen en hem worden allerlei verwijten naar het hoofd geslingerd: „dat hij „een blunder" (pag. 11) beging", „volstrekt n/e^s fte^repen heeft van de taak der commissie" (pag 12), „gebrek aan onderscheidingsvermogen heeft" (pag. \4), „zich schuldig maakt aan onjuist citeeren" (pag. 19), aan een „truc" (pag. 23); de commissie zonder grond beschuldigt van „partijdige mededeeiing van feiten" (pag. 30), en dat soms nog met schijnbare grootmoedigheid, b. V. : „Wilde ik redeneeren zooals hij (v. DIEREN), dan zou ik zeggen : gij, criticus, wist tegen de vele belangrijke feiten, waarop in het Kamerverslag de aandacht gevestigd was en waarvan gij de meeste zelfs niet aangeroerd hebt, niets steekhoudends in te brengen, en daarom hebt gij getracht de samenstellers van het Rapport zoo te declineeren, dat geen verstandig mensch meer naar hen of hun rapport zal omkijken." „Maar het is verre van mij, zulke laagheden te onderstellen. Ik ben integendeel ten volle overtuigd van de goede trouw van den schrijver der 9 artikelen" etc. (pag. 45). Zooals te verwachten was, is VAN DIEREN het antwoord niet schuldig gebleven, b. v. naar aanleiding van bovengenoemde beschuldiging : „Toen ik vergeefs naar die onaangeroerde „belangrijke feiten" gezocht had, heb ik den Heer S. L. gevraagd zoo goedgunstig te willen zijn, ze in een exemplaar van het Kamerverslag aan te geven met een potloodstreep ; ik schreef er bij : „ik kan dan met uw verlangen rekening houden, als ik werkelijk zoo groot verzuim gepleegd mocht hebben." Helaas, de heer S. L. heeft zich aan die kleine moeite onttrokken . . . . op grond van „gebrek aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's