Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 94

2 minuten leestijd

86 gevaccineerd heeft, of diezelfde gevallen zullen ook hem voorgekomen zijn." Daarop schreef DR. VAN DER HEGGE ZIJNEN : „Zoolang de Heer FABIUS, den naam van zijn knappen vriend den geneesheer niet publiek maakt, raad ik het publiek aan, die verzekering van den Heer FABIUS, slechts onder het meest mogelijke voorbehoud aan te nemen, gelijk ik zelf eveneens doe. Bestaat er een dusdanig geneesheer, dan strekt de verzekering door dezen aan den heer FABIUS gegeven alleen ten bewijze dat gezegde medicus zoo slordig mogelijk heeft gevaccineerd." Met verlof van den betrokken geneesheer, heeft FABIUS dien naam bekend gemaakt. Het was DR. KAISER uit Delft. Ter verantwoording geroepen door de collega's te Delft, verklaarde hij, zooals hij reeds in het publiek gedaan had, dat FABIUS „zijn denkbeelden daaromtrent juist had weergegeven" doch ook dat hij echter geen tegenstander der vaccinatie was. Waarop de Delftsche afdeeling de volgende motie publiceerde : „In de vergadering verklaarden de elf aanwezige leden, onder wie ook DR. KAISER, eenparig besliste voorstanders der vaccinatie te zijn, zoodat de denkbeelden van DR. KAISER over vaccinatie door den Heer FABIUS in de Tweede Kamer op onjuiste wijze zijn weergegeven." Deze motie nu was de aanleiding voor deze brochure, omdat in deze motie volgens FABIUS opgesloten lag „dat hij het in de Tweede Kamer had doen voorkomen alsof DR. KAISER tegenstander der vaccinatie ware." „Toch zeide noch bedoelde ik, dat DR. KAISER tegenstander dier kunstbewerking is (pag. 42) vandaar dat FABIUS deze motie „een drogrede en geen sluitrede" noemt. Gedeeltelijk moet erkend worden, dat FABIUS gelijk had, omdat hij kon zeggen : „ D R . KAISER heeft geschreven en met zijn handteekening bekrachtigd, tot tweemaal toe, dat ik zijne woorden en denkbeelden juist had weergegeven; wat wil men meer!" Doch aan den anderen kant ook ongelijk. In zijn rede toch worden de woorden van DR. KAISER medegedeeld, woordelijk zonder meer, doch niet als de oorzaak waarom DR. KAISER tegen dwang was, maar als tegenstelling van den eenen geneesheer tegenover den ander, waaruit FABIUS zelf de conclusie trekt, dat de regeering geen dwang mag uitoefenen. Ten bewijze het slot der rede : „Mag hier in deze vergadering, waar de zaak op

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 94

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's