1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 93
85 bij de pokken niet vaststond ! De vermelding van een uitzonderingsgeval heet dan „alles afdoende" (pag. 37). De gronden, waarop de vaccinatie verdedigd wordt, schijnen MR. KEUCHENIUS onbekend te zijn, in elk geval daartoe behoort niet die, welke hij den verdedigers aangeeft: n.l. „het feit, dat door de staking der inoculatie aan de pokziekte een minder ruim veld van verwoesting was geopend, zoowel als het getal der duizenden en millioenen, die in tijden, v/aarin de epidemie weder geweken was, van pokken verschoond bleven, golden als onwederlegbare bewijzen voor de deugdelijkheid der koepokstof als zeker middel tot bestrijding der pokziekte" (pag. 49). Wat een tegenstander der vaccinatie maar vermoedt, geldt dan als bewijs. B.v. als bij DR. FURNÉE „we! eens 't denkbeeld oprijst," dat de vaccinatie debet is aan de groote sterfte der kinderen in de eerste levensjaren", dan dient dit om te bewijzen, „wat over een volk gebracht wordt, dat zich vaccinedwang ziet opgelegd, of zich laat inenten met de smetstof van pokpuisten'' (pag. 55). \ Gemakkelijk ware het deze critiek uit te breiden, en voorbeelden aan te halen van overdrijvingen, en onjuistheden, zoodat ook met het oog op pag. 72—86, op hem van toepassing is, wat den verdedigers der vaccinatie verweten wordt: „het rangeeren en groepeeren van cijfers herinnert aan goochelaarsbehendigheid" (pag. 39), doch dit weinige is voldoende om aan te toonen, dat wij in deze artikelenreeks geen vertrouwbaren gids hebben. Den invloed, die van haar uitgegaan is, dankt zij niet aan den inhoud, maar aan den naam van den overigens zoo sympathieken persoon, die zich heeft laten verleiden tot datgene, wat hij in beginsel zelf zou hebben veroordeeld. Maar daarom te meer, kon een scherpe veroordeeling niet achterwege blijven, opdat een beroep op K E U CHENIUS niet langer van kracht zij. Naar aanleiding van het voorstel van M R . j . . a lus. WiNTGENS in 1883, om de vaccinatie-dwang te verscherpen, kwam J. C. FABIUS ') in de Tweede Kamer daartegen op, onder meer zich beroepende op een geneesheer, die hem verklaard had : „ik heb in mijne practijk kinderen verloren tengevolge van de vaccine en er is geen geneesheer, die veel ')
J. C. FABIUS.
Feiten en Wooiden.
1884.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's