1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 125
117 van i<unstmatige ademhaling op eene zoodanige wijze, dat iemand, die ook maar eenig vermoeden heeft van het zoo gemakkelijk aan te richten kwaad, de haron te berge rijzen. Geen wonder, waar de asphyctiologen en de physiologen steeds verder voortgingen in het uitdenken van methoden, waarvan de betrekkelijke waarde nagenoeg uitsluitend werd gezocht in het door den spirometer aangegeven cijfer en in de gemakkelijke uitvoerbaarheid. Het uitsluitend experimenteeren op gezonde jongelieden heeft aan de zaak der kunstmatige ademhaling ten dienste van drenkelingen en op andere wijze verstikten onberekenbaar kwaad gebracht. Zelfs thans nog blijken er in ons land docenten te zijn, die van de door mij genoemde en nu toch werkelijk in al onze medische bladen besproken en in de kritieken op mijn boek ten volle door deskundigen erkende gevaren geen flauwe voorstelling hebben. Zoolang dan nog maar de methode van SILVESTER wordt beoefend, blijft het gevaar beperkt tot de in eerste-hulp-boekjes en op den cursus wellicht geleerde geforceerde uitademing, terwijl gelukkig zelfs het leekenbegrip bij de toepassing op werkelijk in ellende verkeerende drenkelingen wel een weinig wordt afgeschrikt van al te sterke drukuitoefening. Men ziet dit b.v. in de Totdat er iemand van een fiets sprong en met den uitroep „dat mot je nait doun menschen, kunstmoatige oademhoaling is veul beter"—aller aandacht op zichzelf vestigde. En de belangstelling in den nieuwen specialiteit werd nog grooter, toen deze zijn jas uitgooide en den schreienden jongen, die nauwelijks van 't rollen bekomen was, plat op den rug legde. De man ging geknield achter den jongen zitten, pakte de beide armpjes stevig vast en begon ze te bewegen, zooals hij dat misschien gelezen of gehoord had op een eerste-hulp-bij-ongelukken-cursus. En of de geredde drenkeling al moord en brand schreeuwde en schopte — de deskundige zou den jongen wel even weer bijbrengen, daar was hij deskundige voor. En nu waren er onder de omstanders wel menschen, die meenden, dat het met de ademhaling van een drenkeling, die zoo te keer ging, nog niet zoo slecht was gesteld, maar wie zou dat zeggen tegen iemand, die blijkbaar zeer deskundig was. En men keek toe, hoe de armpjes van den jongen, ondanks diens schreeuwend protest, telkens weer werden opgeheven en neergedrukt met groote regelmatigheid. Maar eensklaps veranderde het tooneel. Onder groot misbaar kwam er een vrouw aanloopen. „Woar is onze Freegien, loat mie der deur, moar man, wat heb jai met dat kind om ans, kom moar hier laiverd, hebben ze die in daip gooid ? En toen de deskundige nog maar steeds door wou gaan en de verschrikte moeder wou inlichten over kunstmatige ademhaling, bracht de opgewonden vrouw hem al dadelijk tot zwijgen. „Moar gommersdoagcn en gain ende, dat schoap zal zunder jou zien oazem wel kriegen heur, kom moar hier mien jong, schoam jai je nait om zoo'n aarm kind zoo te tamtairen, ongeluk dat je binnen, dat laive kind op de kolle stainen te leggen gamaine kerel, zal moe dei droagen mien jong, schai moar oet te schraiven heur — — En moe trok af. De deskundige kon z'n jasje wel aantrekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's