1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 134
124 wijze aan besmetting blootgesteld, doch niemand kreeg de pokken. Aangemoedigd door hetgeen hij gezien en gehoord had, aangespoord door DR. JENNER zelf en bijgestaan door de geneeskundige faculteit te Rotterdam, werden aldaar spoedig 3000 personen ingeënt. „Geen jeugdige opbruisching, maar een aantal in het werk gestelde Proefnemingen, vruchtelooze Overinëntingen en rijpelijk bedachte gevolgtrekkingen, door . . . ., ja, door alle onze voornaamste Genees- en Heelmeesteren, waren het, die de Vaccine in onze Stad zoo zeer verbreidden, met voorbehouding van die bepaalingen, welke de tijd alleen ons zal doen vaststellen. Om dat te bereiken, hebben wij reeds in onze Stad een begin gemaakt, met het inrichten van een Instituut, ter Vaccinatie van de Minvermoogenden, waartoe wij alle onze Konstgenooten hebben uitgenoodigd" (pag. 26). Geleidelijk vond de vaccinatie meer aanhang. Niet weinig werd ze bevorderd op het eiland Goedereede, dat door een heftige epidemie geteisterd werd. „Informeerende, of er ook lieden, die gevaccineerd zijn, de natuurlijke pokken gekreegen hebben", bleek : „dat niettegenstaande er veele persoonen zijn, die dagelijks in huizen, waar de gewoone pokken zijn, loopen en verkeeren, geen derzelve daarvan is aangetast" (pag. 30). Ook uit andere plaatsen ontving DAVIDS even gunstige berichten, b.v. uit Arnhem van den geneesheer DE RUUK: „De Vaccine beantwoordt volkomen aan de verwachting, die ik er van had opgevat". (pag. 35). Tegenover zulke feiten hooren we slechts een enkele verzuchting als van LE FRANCQ VAN BERKHEY: ^ „dat dit een dolle Engelsman doet, of andere Natiën doen, blijft zoo, maar dat dit eene Natie doet, die zich Bataven noemt, welke volken van ouds voor de liefderijkste Ouders, en de eenvoudigste God-erkenners gehouden zijn, dat kan er bij mijn Bataafsch Hollands hart niet door" (pag. 53). De reden van zijn verzet was, dat hij in Nederland nergens de koepok had gevonden, en daarom meende, dat wat JENNER er voor hield een etterblaar was, waarvan men toch moeilijk kon aannemen, dat deze een voorbehoedende kracht had tegen de pokken, niettegenstaande JENNER zelf op het verschil ') Jo LE FRANCQ VAN BERKHEY. soort etterblijnen en blaaren, 1801.
De koepokken te houden voor een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's