Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 149

2 minuten leestijd

139 voldoen moet, wordt de vloeibaarheid en helderheid gesteld en de wijze van bewaren en verzenden aangegeven. Aangeraden wordt de enting te verrichten tusschen de 3e en 6e maand, bij een gezond kind, doch bij pokkengevaar geen voorwerp van welken leeftijd of gesteldheid ook, te ontzien. Dreigt geen gevaar, dan moet men vooraf de ziekte behandelen, inzonderheid de Engelsche ziekte, de schurft, de klierziekte, de dauwworm, het hoofdzeer, en de venerische ziekte. Het verloop en de kenmerken van de koepok worden nauwkeurig besproken; de valsche koepok wordt toegeschreven aan het te lang bewaren, te veel verdunnen of aan 't staal, waarop 't bewaard wordt. Het verschil met de waterpokken wordt uitvoerig nagegaan, en voor de gewijzigde pokken meer de aandacht gevraagd. De commissie houdt het er voor, dat de koepokinenting „wel een eenvoudige niets gevaarlijke bewerking is, doch van eenen zeer teederen aard", zoodat door onvoorzichtigheid en onkunde gevolgen kunnen teweeg gebracht worden, welke dan verkeerdelijk op hare rekening gezet worden en „alzoo deze voortreffelijke, voor het menschdom niet te waardeeren, en aan het Opperwezen te erkennen weldaad, geheel schuldeloos komt te lijden." Sedert de pokken-epidemie van 1807 waren te Nijmegen de pokken niet dan sporadisch voorgekomen, tot in Februari—September 1817 opnieuw een epidemie woedde „en zoo al enkele, althans zeer weinige voorwerpen verschoonde, die niet deze ziekte aireede hadden doorgestaan of met de koepokstof waren ingeënt geweest". Gedurende deze epidemie werden 137 aangetast en 10 zijn daarvan overleden. Velen werden in dien tijd gevaccineerd. Sommigen kregen koe- en kinderpokken tegelijk; bij dezen was het verloop in het geheel goedaardig. Veel gerucht maakten eenige gevallen, waarbij kinderen, reeds voor geruimen tijd gevaccineerd, door de kinderziekte waren aangetast, zelfs daaraan zouden gestorven zijn. In een rapport geven 3 deskundigen de feiten weer, zooals door hun onderzoek van die gevallen was vastgesteld, zonder commentaar. In 10 huisgezinnen hadden zich 14 gevallen voorgedaan. DR. MOLL, een der 3 rapporteurs, tevens Secretaris van het Geneeskundig Toevoorzicht, gaat in een artikel ^ na, welke ') A. MOLL. Verslag der kinderpokl<en-epideniie te Nijmegen in den jare 1807 benevens eenige aanmerkingen daartoe en tot de koepokken betrekkelijk, opgenomen in Hippocrates-magazijn toegewijd aan den gelieelen omvang van de geneeskunde, beschouwd als Wetenschap en Kunst, 4e deel 1819. Orgaan

10

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's