Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 139

2 minuten leestijd

129

reeksen van proefnemingen, hi het eerste geval waren 3 kinderen gevaccineerd. Bij twee was het verloop min of meer normaal, doch bij één ontwikkelde zich een belangrijke zwelling. Vijf maanden later kreeg dit kind de natuurlijke pokken. Dit geval maakte veel gerucht. VAN INGEN bekende dit ten volle, doch schrijft dit toe aan het abnormale verloop: „Had ik de koepokken ter dier tijd zoo goed gekend als nu, voorzeker had ik niet met dusdanig eene stof geinoculeerd." Dit geval wordt vergeleken met de waarneming van VAN MAANEN. Bij een kind dat geinoculeerd was, vatte de koepokstof niet, evenmin de natuurlijke pokstof bij drie gevaccineerden. In één geval ontstond 5 dagen na de vaccinatie een langdurige diarrhee. Door de dwalingen te voorkomen tracht hij het miscrediet van sommigen weg te nemen (pag. 182). 1803. Behalve wat reeds door DAVIDS omtrent de vaccinatie in Parijs, Geneve en Rotterdam was meegedeeld, vinden we in de brochure van YPEY ') ook nog de verslagen van een comité te Berlijn en een te Kopenhagen. Het eerste betrof een onderzoek van 7445 gevallen, waarmede proeven van allerlei aard zijn verricht, om de immuniteit tegen pokken te bewijzen. Het laatste gaat over 6484 personen. Met het oog op het gunstige resultaat treft o.a. de conclusie der commissie : „dat voor 't toekomende, de inenting der natuurlijke kinderpokjes voor een berispenswaardig en schadelijk bedrijf moet worden gehouden." Zelf stelt YPEY zich op 't standpunt, dat een inenting beschut voor het leven. In het kort deelt DE KONING ~) van Purmerend zijne waarnemingen mede, van een vijftig-tal door hem gevaccineerden, in de hoop den laster, die verspreid werd van eenige geruchtmakende gevallen — dat nl. 9 dagen na de vaccinatie de pokken opkwamen — tegen te gaan en de zaak der vaccinatie zoo te bevorderen. LYKLAMA a NYËHOLT *) deelt mede, dat hij zijn jongste dochter had gevaccineerd, waarna ze ernstig ziek was geworden en bij de inoculatie 2 jaar later de pokken kreeg. ') ADOLPHUS YPEY. Vertoog over de voortreffelijkheid van de inenting der koepokken boven die der natuurlijke kinderziekte 1803. ^) IzAaK DE KONING. Waarnemingen de koepokken betreffende 1803. ^) J. E. LYKLAMA k NYËHOLT. Waarnemingen wegens een inenting der koe- en kinderpokken bij hetzelfde kind, 1803.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 139

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's