1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 50
42
het orgaan, nóch bij de functies van de kiemcel, nóch in de voorwaarden voor de erfelijkheid, eenig niet-materiëel moment een rol speelt. Integendeel, wij koesteren de hoop, dat van deze drie natuurverschijnselen meer en meer het mechanistisch-causaal verband zal blijken. Reeds eenmaal vergeleken wij een orgaan bij den compensatie-slinger van een uurwerk ; wanneer wij een organisme (hoe laag ook) in zijn chemischphysischen bouw trachten te omschrijven, zoo zien we wel iets materieels, (het geheele uurwerk), maar iets van geheel andere samenstelling voor ons dan de doode materie ons aanwijst. Bij het vraagstuk der „Urzeugung" kunnen wij ons dan ook rzeugung geheel aansluiten bij de meening van WASSMAN, dat het een „ausserweltliche Ursache gewesen Sein muss, welche aus der Materie die ersten Organismen hervorbrachte." Hiertoe zouden ons dezelfde motieven kunnen voeren, als tot de meening, dat de wereld (heelal) geen chaos is (n.l. de waarschijnlijkheidsrekening). Zegt immers KOHNSTAMM zeer treffend : „Dat zich uit een chaos van zich kruisende moleculen, die zich volgens mechanische wetten bewegen en blijven bewegen, een geregelde samenleving als de onze ontwikkelt, dat behoeft volstrekt niet onmogelijk geacht te worden. Maar zeker is het, dat de kans, dat op deze wijze, door toeval, niet één boek zal ontstaan, maar een geheele kuituur, die duizenden jaren stand houdt, zeer, zeer klein is " Verder herinnert KOHNSTAMM eraan, dat voor dergelijke „Speculationen die nötige Jahrmillionen gratis zur Verfügung" staan en vindt mede op grond hiervan de vraag gewettigd, of alle doelmatigheid te verklaren is uit de speciale constellatie der atomen. Wij weten, dat de doelmatigheid der wereld door den persoonlijken Schepper daarin is weggelegd. Op de wijze, waaróp dit is geschied, kan ons alleen algemeene en bijzondere openbaring onderrichten. Wel weten wij de Almacht en Alwijsheid van den Schepper en vermoeden dus, dat voorzoover de Schepping aan de bedoeling van den Schepper beantwoordt, deze door God gepraeformeerd en gepraedestineerd kan en moet zijn. Voor het vraagstuk der Urzeugung heeft dit, in verband met mijn materialistische opvatting der organische levensverschijnselen, deze beteekenis; dat öf God door een bijzondere scheppingsdaad uit doode stof levende stof maakte, öf dat de „aarde voortbracht kruid zaadzaaiende naar zijn aard" en dat „de aarde voortbracht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's