Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 138

2 minuten leestijd

128

pokziekte wel, de blaarziekte niet beveiligt, wordt niet ingegaan. Aan diens goeden trouw wordt getwijfeld, als hij van slachtoffers der vaccine gewaagt, terwijl blijkt uit hetgeen eenige bladzijden te voren geschreven is, dat het voorwerp reeds de pokken had, vóór de vaccine kon gevat hebben. „In alle gevallen, niet één uitgezonderd, is het beslissend gebleken, dat degenen, die gevaccineerd zijn geworden, daarna onvatbaar waren voor de kinderpoksmet." Uit een brief van A. PESANT, geneesheer te Strijen blijkt, dat hij 104 personen ingeënt heeft, waarvan 6 met varicellen uitslag, zooals meer gezien wordt tijdens een pokken-epidemie. Van de gevaccineerden kreeg niemand de pokken, hoewel met poklijders omgaande, behalve 5 binnen den tijd van 9 dagen na de vaccinatie. Tal van bijzonderheden worden vermeld, o. a. ook het niet slagen van de vaccinatie bij de gepokten, (pag. 63). R. DiBBETZ vermeldt een geval, waarbij het ééne wondje een aanmerkelijken tijd later dan het andere gevat heeft, zooals door hemzelf, door CAMPER en anderen ook bij de inoculatie was waargenomen, in welk feit hij een argument vindt voor de analogie beider ziekten, (pag. 93). In aansluiting hieraan wordt medegedeeld, dat de stof uit deze pokken genomen evenzeer laat opkwam. Gelegenheid om van deze stof weer te enten ontbrak, daar de pok „door de lompheid van de moeder was geborsten, zoodat niet nagegaan kon worden of de oorzaak lag aan het gestel van den jongen of aan de stof zelf." Een brief van den geneesheer te Helmond, W. F. GULJÉ, wordt door DIBBETZ gepubliceerd, alsook een brief van B. O. CoNiNCK WESTENBERG uit Deventer. GULJÉ had 150 vaccinaties met goed gevolg verricht. Drie meisjes had hij drie maand later met echte kinderpokstof ingeënt, evenals zichzelf voor 17 jaren geinoculeerd ; alles zonder gevolg. Inenting met koepokstof op eigen arm gaf evenmin resultaat, waaruit besloten wordt, dat de koepokstof de kinderpokstof geheel kan vervangen. CoNiNCK WESTENBERG had 72 inentingen verricht met koepokstof ; later 8 hiervan geinoculeerd doch zonder gevolg. Ook bij hem vinden we vermeld dat bij 5 gevaccineerden varicellen zich hadden voorgedaan (pag. 118—130). F. A. VAN INQEN, chirurgijn te Dordrecht, beschrijft negen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's