1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 45
37 bestaat nog zeer wel de mogelijkheid, dat men hier met afavistische (of mutatie) afwijkingen te doen heeft, waarbij de veranderde invloed slechts de „auslösende" prikkel is. Men kan immers door talrijke algemeene prikkels ontwikkelingsprocessen zoowel opwekken (künstliche Parthenogenesis) (LOEB), als ook in een bepaalde richting dwingen ; b.v. geslachtsbepaling door „Spatbefruchtung" bij kikvorschen, (HERTWIO) of door temperatuur variatie bij Hydatina senta (MAUPAS). De analyse van het verband dezer prikkels tot de veranderde ontwikkeling, zou men aan eenvoudiger voorbeelden moeten toetsen. Ten slotte rest mij nog naar aanleiding van het punt a. (blz. 31) op te merken, hoe uiterst belangrijk de studie der erfelijkheid van physiologische eigenschappen is voor de praktijk (cultiveeren van planten en huisdieren) en voor de theorie van het onstaan der soorten. Behalve eenige verspreide opmerkingen van VARYGNY, DARWIN, ROMANES, SPENCER, over erfelijkheid van physiologische eigenschappen, is er mij slechts één artikel bekend, dat over „die Entwickelung vom physiologischen Standpunkt aus" handelt. JORDAN beschrijft daarin studies over lagere dieren, welke slechts weinig reflexen bezitten en vergelijkt zijne uitkomsten met het zenuwleven van dieren, welke vele individuëele reflexen vertoonen. Op grond hiervan meent JORDAN dat „innerhalb des physiologischen Typs Verbesserung auf Verbesserung folgt, bis ganz, wie bei den Maschinen das nicht weiter entwickelungsfahige System, einem Neuen weichen muss, das sich schon (wie in der Biologie meist) in untergeordneter Stellung vorher als Uebergang meldete, um nunmehr herrschend einen neuen Typus zu bilden." Tegen dit resultaat van JORDAN moet men met nadruk opmerken, dat van „Verbesserung" geen sprake is, daar elk dier even volkomen in zijn omgeving is aangepast en bovendien moet men met kracht groffe vergelijkingen van levensverrichtingen met machines (in engeren zin) van de hand wijzen. Meer geeft dit artikel van JORDAN niet. Wij zijn dus verplicht onze beschouwingen voort te zetten, zonder ons bij die van andere schrijvers te kunnen aansluiten.
P u n t b. (blz. 31)
Hebben
we in tegenstelling met D E VRIES
.,
,
A ,
^^
•
i-i
uiteengezet, dat elk organisme een onnoemlijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's