1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 145
135 dit geschrijf de vaccinatie nagelaten hadden, en één daarvan reeds door de pokken aangetast was. Ook merkt hij op, „dat men in het zo verlicht Amsterdam hieromtrent nog verre achter uit is, en vaccinatie slechts door eenige geneesheeren verricht wordt". Volgens JACQUEMIJNS ^) zijn de meeste werken voor zijn „Vlaenderlingen" te geleerd geschreven, van daar dat hij, „voor de jonge lieden, of voor degeene die, door hunne te nauw bepaalde kennis, aan deze gelijk zijn" alles wat met de koepokinenting in verband staat, in vragen en antwoorden behandelt. 1811. Met hetzelfde doel heeft de schoolopziener FLOH-) zijn gesprekken over de pokken, de inocuiatie en de koepokinenting uitgegeven, zooals blijkt uit de voorrede : „Ik heb mij voorgesteld, onderhoudend te zijn en populair, dat is, fatsoenlijk plat en algemeen verstaanbaar te schrijven, en om op eene, zooveel mogelijk, aangename wijze, op eene redelijke overtuiging, mijnen in dit opzigt min verlichte Landgenooten te werken, en om zoodoende, ook te dezen aanzien nuttig te zijn." 1812. WALOP •'') heeft de rede van PROF. CH. W . HUFELAND over JENNER vertaald „met bijvoeging van eenige weinige, meest geschiedkundige, noten en aanteekeningen." 1814. SCHRAGE*), toen reeds een geneesheer op jaren, twijfelt aan het resultaat der koepokinenting, omdat deze nooit algemeen zou worden toegepast. Hij raadt daarom aan zoutzuur in te ademen. Door deze methode, „uiteating" genoemd, zou volgens hem de pokkenbesmetting, die in den mond begint, te voorkomen zijn. Zijn theorie steunt op het feit, dat in enkele zeeplaatsen in Engeland de pokken nooit voorkomen en op eigen waarnemingen. 1815.
In een brochure van weinig pagina's druk doet JANSSENS ^)
') J. JACQUEMIJNS. Nauwkeurige beschouwing van de Koey-pokskens, 1809. ^) J. H. FLOH. Gesprekken over de pokken de natuurlijke inenting van dezelven, en meer bijzonder over het inenten der koepokken voor burgeren en landlieden, 1811. 2)
J. J. WALOP.
Hulde aan
JENNER,
1812.
•*) A. SCHRAGE. Uitroeiing der Kin-lerziekte, 1814. ^) F. X. JANSSENS. Kort vertoog over de noodzakelijkheid van de waarstelling der proefondervindelijke middelen tot staving der voorbehoedende kracht der koepokken, 1815.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's