Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 20

2 minuten leestijd

12

gaan. Daar wij zooals boven werd aangeduid, reden hebben om aan te nemen, dat een orgaan geen „psyche" bezit, zijn wij slechts genoodzaakt te zien of er andere onstoffelijke oorzaken mede werken bij de functies der organen en deze onstoffelijke oorzaken af te grenzen van de physisch-chemische ; met andere woorden de „limites inférieures" (GRASSET) der levensverschijnselen te zoeken. Hebben wij door onze onderscheiding van het leven van orgaan en organismen principieel een theorie verworpen, waarbij de functies der weefsels en cellen als bewuste acties n geen ^Q^^gj^ aangezien, waarbij de cellen o.a. ook verbewustzijn.

> J stand moet worden toegeschreven (A. PAULY), ons verder onderzoek moet ons laten beslissen, 'm hoeverre niet energetische krachten s.g. dominanten (REINKE) of entelechiën (DRIESCH) en wat verder door neo-vitalisten (BuNGE, WOLFF) Neo-vitalisme.

,

j

u-- u * i

j

anders is genoemd, bij het leven der organen een rol spelen. Hoe de verschillende neo-vitalisten de transzendente hoedanigheden zich denken, is niet altijd duidelijk ; wij zullen ons echter de vrijheid veroorloven in hunne opvattingen de volgende splitsing te brengen. lo. Een transzendent principe, volgens hetwelk weefsels, cellen, of bionten of biogenen of idioplasten immateriëele eigenschappen bezitten, welke materieel effect bezitten. Door dit principe zouden bijv. chemische affiniteiten (zonder materiëele oorzaak) in de levende stof anders zijn, dan in de anorganische wereld en physische krachten in quantiteit of richting worden veranderd. Historisch is dan ook LIEBIG'S vitalisme het best verstaanbaar en op deze wijze gedacht. Was toch in zijn tijd de chemie, een chemie van affiniteiten, zoodat men bijna geneigd was over een voorliefde van de eene stof voor de andere te spreken, daarmede geestelijke momenten (wil) zelfs aan de stof toeschrijvende. 2o. Het optreden van verschijnselen in het levend organisme, die ook in de anorganische wereld zouden kunnen voorkomen. Als voorbeeld kan hier dienen, dat het mogelijk zou zijn, dat de tweede wet der thermodynamica in de organische wereld geen geldigheid had. (AUERBACH'S ektropie). Wij komen bij de thermodynamische beschouwing der levensverschijnselen hier nog nader op terug.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 20

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's