Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 24

2 minuten leestijd

16 alhoewel uit den aard der zaak experimenteel dit niet is bewezen. Herkenden wij dus niets wat ons ook maar eenigszins „übermaschinell" toeschijnt, vitalisten zouden ons op twee punten opmerkzaam kunnen maken. Ten eerste op het „doelmatig" optreden van, op bepaalde wijze, functioneerende spieren op bepaalde plaatsen van het lichaam. Wij 'zullen hierop ingaan bij de bespreking van het ontstaan der organen. Aanpassing van j g ^ tweede vertoont de werkzaamheid der spier een orgaan aan ^^^^y verschillende omstandigheden eigenaardigzijn omgeving

heden, welke ik het best aan eenige voorbeelden aantoon. Het best blijft de functie van een uitgesneden spier behouden in een vloeistof, welke in samenstelling methetbloedserum overeenkomt. Men zou kunnen zeggen „de spier is aan die vloeistof aangepast." Verandert men de bloedvloeistof b.v. door veranderd milieu van zeedieren, zoo is later ook de spier het meest werkzaam bij deze nieuwe vloeistofsamenstelling. Een ander voorbeeld is tevens van geheel andere orde. FICK toonde aan, dat een spier bij meer arbeid relatief minder warmte produceert. „Der Muskei arbeitet gegen grössere Widerstande nicht bloss energischer, sondern auch sparsamer als gegen kleinere." Verder verricht een spier, bij een bepaalde middelgroote belasting, maximale arbeid ; naar ik vermoed bij die belasting, welke de spier zoover rekt, als bij de meest voorkomende contractie der antagonisten in het lichaam plaats heeft. Wij zien hier een dier eenvoudige verschijnselen van aanpassing („regulation"), welke men gewoon is aldus te omschrijven : Aanpassing is de eigenschap om onder (beperkt) anpassing gewy^jgde omstandigheden even „doelmatig" te functioneeren, als onder de eerst bestaande toestand het geval was. Wie op grond van een dergelijke aanpassing van een orgaan, hieraan andere dan mechanische eigenschappen meent te moeten toekennen, begaat daarmee natuurwetenschappelijk een denkfout. Het best verduidelijkt dit een voorbeeld. Nóch in de bouw, nóch in de bestanddeelen, noch in de functie van een compensatieslinger van een uurwerk zal men eenig metaphysisch moment herkennen, hoewel deze zich aanpast aan de temperatuur en daarbij binnen zekere grenzen „doelmatig" (voor het uurwerk) blijft functioneeren. Ten slotte volgt uit de bovenvermelde opsomming van physicochemische krachten, dat ook aan de spier-functie bij alle dieren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 24

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's