1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59
51
het geval is; en dat er dingen zijn „welche deshalb nicht Gegenstand der Göttlichen Allmacht sein können, weil sie einen inneren Widerspruch einschliessen" ( 2 X 2 = 5 inplaats van 4). (WASMANN
290).
V. Wat echter de dysteologiën en bovenal de op^^ " "• merking van Philo, evenals die van SCHOPENHAUER, n.l., dat men zich de „Lustbüance" in de natuur kan indenken bij vergelijking van het genot van het vretende en de pijn van het gevreten dier, ons kunnen leeren, is niét een doel te ontkennen in de natuur, maar wèl een zuiverder begrip te krijgen, omtrent het belangrijke verschilpunt tusschen orgaan en organisme. Wij wezen er namelijk in de eerste pagina's op, dat een organisme zóó doelmatig is ingericht, dat het zijn individueel bestaan en het bestaan van zijn soort binnen zekere grenzen behoudt. Dit is nu vaak ten onrechte als een e/ncfcfoe/der natuur aangezien, waarvoor niet de minste reden bestaat, meer zelfs voor het tegendeel. Is echter het behoud van het individu en soort geen einddoel, zoo vraagt men zich direct af of het soms middel is tot een doel. Ons begrip „doel" is namelijk niet een a priori gegeven begrip (zooals DRIESCH beweert) maar een afgeleid begrip uit de menschelijke wil, en uit de a priori gegeven begrippen van ruimte en tijd. Geeft dit laatste (de tijd) ons namelijk het begrip van beweging ; de voorstelling „beweging in de ruimte" geeft het oordeel of is identisch met de voorstelling van beweging in een bepaalde richting. Bij een beweging in een richting, rijst nu steeds de vraag, of een intelligentie deze beweging in die richting gewild heeft. Bij een doelmatige beweging herkennen of veronderstellen wij dus een w///encfe intelligentie, die oorzaak is der beweging en het doel kende ; en verder het object, dat bewogen werd, om het doel te bereiken. Konden wij bijv. een kogel in zijn baan waarnemen, zoo zouden wij hem vervolgen en bijv. zien, dat hij het midden eener schijf trof. Gebeurde dit weer met een kogel, die uit dezelfde richting kwam, en dit herhaalde malen, zoo zouden we (op grond der waarschijnlijkheidsrekening) niet aan toeval denken, maar aan een doelmatige beweging. Bezagen we nu de kogel zelf, die puntig toeloopt, dan vonden we het voorwerp doelmatig, n.l. wanneer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's