1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 166
158 de lezing van de „Qemeene Gratie" en de latere Heraut-artikelen in deze opinie gesterkt worden. Ten derde wil ik nog even terugkomen op de beschouwingen der instincten en der bijenkolonie, omdat de uiteenzettingen van GEISTUNG in bijzondere mate mijn opvattingen versterken. Nogmaals moet ik echter, evenals bij de beantwoording van Dr. SCHERMERS, mijn spijt betuigen niet uitvoerig op de dierenziel verschijnselen te zijn ingegaan en mij hoofdzakelijk tot de somatische verschijnselen te hebben bepaald. Het is volkomen onjuist, dat „in de ziel alleen denkwetten optreden". Dit was ook niet mijn meening, toen ik artikel II schreef, maar door de al te korte behandeling der psychische verschijnselen kwam deze te betreuren lapsus tot stand. Bovendien wilde ik tegenover het psychisch monisme de geheel verschillende processen in stof en geest op den voorgrond brengen. Het is niet te ontkennen, dat de leer van het onbewuste de grenzen niet verscherpt, maar verflauwt. Maar daar b.v. het gevoel van pijn, dat een dier kan bezitten, evengoed een psychisch gebeuren is, als bij den mensch, meen ik, dat ook de instincten, evenals onze instinctmatige handelingen, (onbewust) psychische gebeurtenissen voorstellen. Welnu de instinctmatige handelingen van koloniedieren (bijen en mieren) zijn doelmatig voor de kolonie, maar volstrekt niet altijd voor het individu. Dit bewijst, (wat reeds vroeger is gezegd), dat de Idee van de organisatie der bij, tevens omvat de organisatie der bijen-psyche. Bovendien is deze Idee van de geheele bij weer ondergeordend aan de Idee van een bijenkolonie enz. Wilde men dus deze Ideeën als natuurfactoren beschouwen, dan krijgt men een Platonische Ideeënpyramide, welke, zooals gezegd, in de Christelijke wereldbeschouwing geen plaats mag vinden. Dierenziel en lichaam zijn dus, met het oog op een tendeele buiten beiden liggend doel, doelmatig op elkaar aangelegd. Ten slotte wil ik op de niet onvermakelijke vraag ingaan, wat „vitalisme" eigenlijk is. Het is duidelijk, dat mijne bestrijding van het vitalisme tegen die theoriën was gericht, waar het eigenlijke karakter van het vitalisme het duidelijkst aan het licht komt en waarin bovendien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's