Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 165

2 minuten leestijd

157 in en buiten de dingen mits men nadenke, wat „in" „buiten" en een „ding" beteekent. De anatomische bouw (blz. 61) van een volgroeid organisme is, blijkens mijn uiteenzettingen resultaat van de functie der embryonale cellen. Deze functie wordt bepaald door de s^rac^uür dier cellen. Metaphysisch beschouwd is het zoo'2(/n dezer structuur, dus der functie, dus der anatomische bouw toe te schrijven aan de werking Gods. (blz. 62). De eigenschappen (kenmerken) van een organisme zijn onnoemelijk groot in aantal, maar kunnen vermoedelijk uit een gering aantal physiologische processen en verschillen worden afgeleid. Verder wil ik nog op vier punten den Heer RIJK KRAMER beantwoorden. In de eerste plaats schijnt de Heer RIJK KRAMER, blijkens blz. 68, in de meening te verkeeren, dat zijn onderzoek over de resorbtie en secretie-verschijnselen ook maar eenigszins een bewijs kan zijn voor het vitalisme. Zelfs de vitalist DRIESCH meent, dat alle verschijnselen van aanpassing geen bewijzen voor het vitalisme zijn. „They may in principle be explained „mechanically", just as is possible with respect te secretion, if only we attribute to the secreting organ, the kidney for example, a very complicated pre-established arrangement of its minute structure". In de tweede plaats beschouwen wij de definitie van KUYPER blz. 64. Deze kunnen we in drie deelen splitsen. I. „Het vermogen, om een beweging, een werking, een actie te openbaren, die haar oorzaak vindt niet in iets buiten het voorwerp, maar in zijn eigen wezen, geldt ook voor een atoom, de wereld, een machine enz. II. Ook wordt het „doel" van een machine „aan zijn eigen wezen ontleend". III. Maar dat het doel wordt „beoogd", geldt niet voor een machine, maar ook niet voor een vitalistische entelechie. Een doel beoogen is toch een psychologisch verschijnsel en moet dus vermoedelijk aan een psyche worden toegeschreven. Het is dan ook mijn overtuiging, dat de Heer RIJK KRAMER iets totaal anders beoogt, dan DR. KUYPER ; met name zal men door

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 165

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's