1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 70
62
Zijn nu de eigenschappen volgens den Heer BUYTENDIJK weinige gelijk of onnoemlijk groot? Ziedaar weder een vraag, die ik niet vermag te beantwoorden. Dergelijke tegenstrijdigheden zijn op te merken, als de Heer B. het heeft over organen en organismen. Als kenmerkend verschil wordt opgegeven de aanpassing en de voortplanting. „Deze beide zijn alleen eigen aan het organisme" (I 6). Tien pagina's verder wordt met een voorbeeld toegelicht „de aanpassing van een orgaan aan zijn omgeving." (I 16). Behoort nu de aanpassing volgens den Heer B. tot de twee criteria, waardoor een orgaan en een organisme onderscheiden worden? Ziedaar weder een vraag, die ik niet vermag te beantwoorden. Voor zoover ik dan ook iets begrepen heb van deze artikelen, kan ik niet anders concludeeren, dan dat we voor ons hebben een hybridisch geheel van twee tegenstrijdige, elkander steeds uitsluitende beginselen, dat geen der partijen bevredigen kan. Een HAECKEL zal met de meest mogelijke instemming lezen dat: degene, die op grond van de aanpassing andere dan mechanische eigenschappen daaraan meent toe te kennen, natuurwetenschappelijk een denkfout begaat (I 16); dat er geen feiten zijn, die op een immateriëelen factor in de levende stof wijzen (1 25), dat er geen feiten in de ontogenie op een immateriëelen factor wijzen (I 27), dat de erfelijkheid materieel is te verstaan (I 27), dat physische toestanden in de cellen te verklaren zijn uit chemische voorwaarden (I 40), dat het orgaan opgebouwd is uit stof en aan dezelfde wetten gehoorzaamt (i 49). Schreef hij zelf immers niet, dat in het leven dezelfde wetten heerschen als in de doode natuur. Zoo ook zal een HAECKEL met instemming lezen, „dat de individualiteit door de samenstelling (organisatie, structuur) gegeven is" (II 31), „dat de structuur de samenstelling bepaalt" (II 32), dat in geen geval de individualiteit aan een intern principe toe te schrijven is (II 32)." Maar wanneer hij dan eensklaps zou lezen, dat te beginnen met het dierenrijk, een geschapen ziel wordt aangenomen, is het antwoord licht te bevroeden: een „logische fout of natuurwetenschappelijk een denkfout," m. i. met meer recht dan de Heer BUYTENDIJK mij deze toeschrijft. (I 19). Wie in het leven der plant geen immaterielëen factor ziet, geen doel in het orgaan voor het orgaan herkent, ziet dit ook niet in het dier, want alles wat we van de buitenwereld waarnemen, is slechts beweging en wie consequent op dit standpunt doorgaat,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's