Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28

2 minuten leestijd

20

men, noch geheel gelijk, noch geheel ongelijk zijn, maar wel aan elkaar gelijkwaardig en het ligt voor de hand, dat wij deze bepaling der aequivalentie niet toeschrijven aan de bewustlooze materie, maar aan den wil van den almachtigen God. De onmiskenbare trek van overeenstemming dezer opvatting met die van het psychisch-monisme is deze, dat beide theorieën den logischen samenhang in het wereldgebeuren erkennen en dit toeschrijven aan een bewuste ziel. Het psychisch-monisme echter vereenzelvigt, evenals het pantheïsme, zij het dan ook op geheel andere wijze, de verschijnselen en deze wereldziel; wij echter stellen de doelmatigheid buiten de dingen op grond van motieven, welke men het best met de woorden van BKRGSON ') kan samenvatten : „La finalité est externe ou elle n'est rien du tout". De doelmatigheid der wereld moet buiten deze aanwezig zijn, daar het ondenkbaar is, dat het onderdeel het geheel kan overzien. Het is de bedoeling, welke God in de schepping heeft weggelegd, waardoor bepaald wordt, welk effect op een oorzaak volgt; God bepaalt hoeveel van het ééne aequivalent aan een zekere hoeveelheid van het ander is. Het is echter duidelijk, dat, wanneer bij een oorzakelijken samenhang oorzaak en gevolg gelijkwaardig moeten zijn (voor God), het ongelijkwaardige niet langs oorzakelijken weg kan zijn ontstaan. Zoo zal uit stof geen ziel kunnen ontstaan, daar aan een ziel niets in de stoffelijke wereld gelijkwaardig kan worden geacht. Een ziel ontstaat dus door directe schepping. Door de occasionalisten werd aangenomen, dat het ongelijkwaardige n.l. stof en geest ook niet op elkaar konden inwerken en men meende (GEULINX), dat God persoonlijk bij elk psychophysisch gebeuren ingreep. Ook op de stoffelijke wereld werd' dit occasionalistische principe toegepast en men meende dus, dat bij een oorzakelijk gebeuren de oorzaak door God werd teniet gedaan en het gevolg werd geschapen. De verandering in de wereld zou een voortdurende schepping en tenietdoening zijn. Deze opvatting staat recht tegenover de meening, dat in de oorzaak alle condities zijn vervat, waardoor het gevolg wordt bepaald. Eenerzijds zou men tot het occasionalistische standpunt neigen op grond van de overweging, dat alle oorzakelijk gebeuren Gods wil moet zijn (zal zij noodzakelijk intreden) en dat de ')

H. BERQSON, l'Evolution creatrice p. 44.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's