1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 86
78 inenten met echte kinderpokstof eenigen tijd na de vaccinatie. Dit inenten met stof van een poklijder („inoculeeren") had ten doel iemand de pokken te geven in lichten graad en op een tijd, die voor hem het gunstigst werd geoordeeld. Betrekkelijk zelden gebeurde het, dat na het inoculeeren iemand geheel van de pokziekte bevrijd bleef. Geheel anders was het gevolg als men „de pokkenproef" deed bij een gevaccineerde ; de pokstof vatte dan niet. In 1800 inoculeerde VAN ZWIOT ^) één gevaccineerde; in 1801
QuLjÉ O 3 ; CoNiNCK WESTENBERG ') 8 ; VAN LOOKEREN ^) zelfs 21;' D E ROY ") een kind, dat een jaar te voren was gevaccineerd en Prof. N. Q. OOSTERDIJK JZN. ^) 2 kinderen resp. van 3Vo en 6 jaar voor ongeveer 3 jaar gevaccineerd. Niet één kreeg de pokken. Nog meer bewijzend is de mededeeling van het Rotterdamsch genootschap ter bevordering der koepokinenting, dat van de 353 personen, die gevaccineerd waren, het grootste gedeelte met kinderpokstof overgeënt waren, en op verschillende wijze aan besmetting blootgesteld, vrij waren gebleven van pokken. Als groote uitzondering dient vermeld te worden het geval van LYKLAMA a NIJËHOLT *), die 2 jaren na de vaccinatie zijn dochter inoculeerde met het onverwachte gevolg, dat zij de pokken kreeg. De ervaring. Slechts enkele voorbeelden worden hier gememoreerd uit meerdere, die in de litteratuur zijn te vinden. VAN DEN BOSCH '') deelt mede, dat van ten minste 400 door hem gevafcineerden, niemand de pokken kreeg; dergelijke ervaringen deelen ook anderen mede b v. Prof. PREMERY ") en Dr. NAEGELI ''). HODENPIJL ^) deelt zijn ervaring mede bij 49 kinderen in een glasblazerij. Van 12 gevaccineerden kreeg geen de pokken; daarentegen 33 van de 37 ongevaccineerden. ') Verzameling van brieven en waarnemingen betreffende de vaccine of koepokken, uitgegeven te Haaflem bij LOOSJES, 1801. 2) Dr. P. Q. BRONDOEEST. De koepok-inenting te Utrecht 14 Mei 1796— 14 Mei 1896. 3) Kunst en Letterbode, 1802 en 1803. "•) LYKLAMA a NIJËHOLT.
Waarnemingen wegens een inenting der koe-
en kinderpokken bij hetzelfde kind, 1803. O ")
H. VAN DEN BOSCH. Het voortdurend nut der enting, etc, 1817. N. C. FREMERY. Verdient de vaccine, enz., 1824.
') H. H. NAEGELI. Een woord aan de geneeskundigen en het publiek, enz., 1844. ^) J. GijSBERT HODENPIJL
Waarnemingen, enz., 1818.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's