1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 162
154 dan ook niet meer direct op de werkelijkheid toepassen. Eenige gevolgen van de „neue Mechanik" wil ik aan de hand van PoiNCARÈ zonder uitvoerige verklaring nog opsommen. „De massa van een lichaam is niet constant, maar hangt van zijn snelheid af". „De massa van een lichaam wordt oneindig groot, wanneer de snelheid gelijk aan die van het licht wordt. „Qeen snelheid in het heelal kan grooler, dan de lichtsnelheid worden." Er bestaat geen absolute massa in den zin der physica, want een atoom bestaat uit positieve en negatieve electronen. Voor de negatieve electronen heeft KAUFMANN bewezen, dat de reëele massa gelijk nul is en de geheele schijnbare massa van electrischen oorsprong. „Die Materie ist jetzt ganz passiv geworden." Hoewel nu de absolute geldigheid van het relativiteitsbeginsel nog niet als bewezen kan worden aangezien en met name de practische beteekenis pas bij groote snelheden voor den dag komt, is het toch duidelijk, dat in de vraag naar een (metaphysische) wereld beschouwing het substantiebegrip van de allergrootste beteekenis is Maar hierover zullen we voorloopig zwijgen I Ten slotte de laatste vraag van den Heer BRUIN. Het typische van de levende voorwerpen is, volgens mijne meening, dat ze uit stoffen bestaan en dat ze structuur bezitten, een „Bauplan" (v. UEXKÜLL), dus gevormd zijn naar „Ideeën (causae exemplares.) Verder neem ik als deel van sommige levende voorwerpen een immaterieele natuurfactor aan, welke echter alleen bij organismen aantoonbaar is, met name bij den mensch en het dier en welke onder bepaalde voorwaarden en volgens vaste wetten in wisselwerking treedt met het lichaam. Zoo zijn bij den mensch de hersenen de noodzakelijke voorwaarde voor de wisselwerking tusschen ziel en lichaam, bij lager dieren (kikvorsch) hersenen en een deel van het ruggemerg. Bovendien bestaan er ook supraindividuëele realiteiten, welke ziel en lichaam beide omvatten. Dit zijn de Ideëen, analoog aan de denkbeelden van den ingenieur. Hoe wij over deze Ideëen denken is voldoende uiteengezet. In hoeverre nu alle physiologische verschijnselen, zooals prikkelbaarheid, contractiliteit, prikkelgeleiding, stofwisseling, celdeeling enz. uit physische en chemische verschijnselen zijn te verklaren, meen ik, dat het reeds gelukt is eenige vitale werkingen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's