1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 25
17
waaraan de oorzaak moet voldoen, wil men aannemen, dat deze werkelijk een zeker gevolg heeft kunnen doen voortbrengen. Men noemt dit „das Qesetz vom zureichenden Grunde." De kenteekenen zelf zijn echter niet apriori in ons aanwezig, maar afhankelijk van de ervaring. Alhoewel wij dus voor elk gebeuren een voldoende reden vermoeden en zoeken, is het opmerkelijk, dat de pogingen, om voor de meest uiteenloopende natuurverschijnselen, op grond van hypothetische grondkrachten en grondwetten een algemeene verklaring te zoeken, slechts dienen om uiteenloopende verschijnselen van gelijken oorsprong of aard aan te zien (electriciteit en licht), ze gelijkwaardig te kunnen noemen, zonder ze gelijk te veronderstellen. Deze grondwetten der chemie en physica geven echter geen logisch begrijpen der natuurcausaliteit, wij begrijpen immers niet de dwingende noodzakelijkheid van het vallen der voorwerpen ; zelfs de mechanische wetten bezitten geen doorzichtigen logischen grond. Wij veronderstellen echter, dat deze natuurregels niet anders zijn, dan ze zijn, omdat zij een, zij het ook onvolmaakt, beeld geven van den logischen samenhang in de natuur. Het is duidelijk, dat geen herhaalde waarneming van een oorzakelijken (maar niet logisch begrijpelijken) samenhang ons het noodzakelijke van het gebeuren kan leeren inzien, hoogstens kan deze herhaalde ervaring reden zijn, om op grond eener waarschijnlijkheidsredeneering eenige voorspelling te wagen omtrent de vermoedelijke successie van verschijnselen. Men kan in het kort zeggen, dat de ware logische samenhang in de verschijnselen ontbreekt en dat men dus moet aannemen, op grond van a priorische begrippen, dat de achter de verschijning aanwezige werkelijkheid den logischen samenhang der opeenvolgende toestanden in zich bevat. Het denkbeeld (van KANT), dat het ware wezen der natuur ons verborgen moet blijven, zij hier echter nogmaals rnet nadruk betoogd, daar wij juist zoo vaak zien, dat men aan ervaringen (vooral herhaaldelijk waargenomen) een logische noodzakelijkheid toekent. Zoo bijv. de stelling : „een physische oorzaak kan slechts een physisch gevolg hebben" een der uitgangspunten van het monisme. Maar terecht zegt BUSSE (I.e.): „eine tiefere Betrachtung überzeugt uns, dass schliesslich der Zusammenhang physischer Vorgangen uns nicht besser verstandlich ist, als der von physischen und psychischen !". Orgaan 1913fl4
2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's