1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 24
16 -der gelijkheid, der ongelijkheid en der gelijkwaardigheid '). Het spreekt van zelf, dat deze theorieën omtrent het wezen der natuur voor alles ook uitspraak doen omtrent het wezen der causale beïnvloeding (daar we immers de natuur door het causaliteitsbeginsel objectiveeren). Welnu de eerste hypothese verklaart de causaliteit als in werkelijkheid niet bestaande; echter kan zij wel betoogen, dat bij een causale betrekking (in de verschijning) alles gaan moet, zooals het gaat, ,want zij zegt waterstof -|- zuurstof is water; en a =; a is een waarheid, welke ons verstand niet in staat is te betwijfelen, daar het principe der identiteit de logische grondwet van ons denken is. Zooals uiteengezet, bestaat voor het psychisch-monisme van HEYMANS ook geen werkelijke spontaneïteit. Reeds uit het spraakgebruik bij de omschrijving van een causale betrekking blijkt, dat dit met de beide andere theorieën wel het geval is. Hoe dit bij de Scholastiek is, blijkt uit de woorden generatie en corruptio. Het is de werkzaamheid der natuurkrachten als uiting der formae substantiales, welke deze omvormingen te weeg brengen. Voordat we de gelijkwaardigheidsopvatting en het daarin vervatte moment van spontaneïteit nader zullen beschouwen, willen we eerst het laatste der causaliteitsprincipes nader trachten uiteen te zetten. Dat twee energiehoeveelheden in elkaar rincipe van en overgaan en aan elkaar gelijkwaardig zijn is logischen samenhang.
'^
,
»
J
voor ons in zijn wezen volkomen raadselachtig. Even raadselachtig is ons de volkomen elasticiteit der moleculen, een chemische affiniteit of wat dan ook als kracht -) wordt aangeduid, dus als oorzaak voor verandering. Onbegrijpelijk ! Maar het menscl\elijk denken over den oorzakelijken samenhang der natuur openbaart zijn oorsprong uit den Logos wel het sterkst bij het laatste der substantieele causaliteitsprincipes n.l., dat men a priori aanneemt, dat uit de oorzaak logisch het gevolg voortkomt. Dat wil zeggen, dat wij bij een waarneming van een causalen samenhang den indruk hebben, dat het gevolg met zekere noodzakelijkheid intreedt. Zelfs eischen wij zekere kenteekenen, ') Hier zij opgemerkt, dat van deze drie leerstellingen de eerste de grondslag is van liet atheïsme, de tweede van het katholicisme. ^) hl riit verband is HEYMANS' definitie van kracht dan ook wel zeer juist, zie Schets etc. blz. 7. In het verband eener engere natuurbeschouwing, zooals in de Schets eener analyse enz., dunkt het mij goed haar te handhaven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's