Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 74

2 minuten leestijd

66

De voorkeur geef ik echter te eindigen met een korte uiteenzetting van het teleologisch denken ten opzichte van een organisme van zeer bijzonderen aard, n.l. de bij, in navolging van een studie van F. GEISTUNG te Oftmannstedt; temeer omdat hierbij ter sprake komt de beteekenis van het instinctieve leven, door den Heer B. buiten beschouwing gelaten. Vooringenomen door zijn dualisme, stof en ziel, worden slechts twee soorten wetten aanvaard door den Heer B., mechanische en denkwetten. Dit blijkt uit het volgend betoog : „Wanneer v/ij dus vinden, dat een bepaalde structuur in bepaalde omstandigheden een bepaald effect levert, zoo is dat in doode en levende natuur, zooals wij zagen, altijd de Werking Gods. Nu blijkt het echter, dat deze werking voor de stof bepaalde regels volgt, welke men mechanische wetten noemt en voor de ziel bepaalde regels van geheel andere orde (denkwetten). Deze regels blijken nu met zulk een zekerheid op te treden als te verwachten is naar de attributen Gods. Het is nu een eenvoudig resultaat der physiologic, dat zij kan aantoonen, dat de in de levende stof aanwezige materie zijn physico-chemische kenmerken bijbehoudt" (II 32). Over het instinct en onder welke der wetten dit te rangschikken is, wordt zooals blijkt, niet gerept; en juist in verband met de vraag naar 't bestaan van organische wetten, ware dit van de hoogste beteekenis geweest. Of spreekt het zoo van zelf, waar uitdrukkelijk een geschapen ziel als eigendom van mensch en dier gedacht is, dat het zieleleven ook bij 't dier gehoorzaamt aan de „denkwetten", zoodat dit niet afzonderlijk vermeld behoeft te worden ? en daar de bij een dier is, dus een geschapen ziel zou hebben, neemt de Heer B. aan dat de bij denkt ? Op een BÜCHNER kan hij zich beroepen! In zijn „Aus dem GeisteslebenderTiere" neemt hij aan, dat de bijen tegen den wintertijd „in het volle bewustzijn van het te bereiken doel de mannetjes ombrengen ; dat de opvoeding van een koningin „noch door instinct, noch door erfelijkheid, maar slechts door een denkproces verklaarbaar is", dat bij het zwermen en de hoogtij der bijen, het doel, zoowel als de daaraan verbonden moeilijkheden en gevaren volkomen bewust zijn", dat de koningin naar een zeer bepaalde voorstelling omtrent haar taak in elk bijzonder geval, willekeurig bij het eierleggen het toekomstige geslacht bepaalt" enz. enz. Onbevangen studie echter heeft niet één positief feit weten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 74

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's