1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148
140 In den aanvang van het eerste artikel heb ik het Korte Inhoud ^^Q^^^ vooraf" besloten met den zin : „De toekomst eerste artikel ^^' '^^''^" . . . in welke mate deze schets van een streng dualistische creatianistische levensbeschouwing een beeld der werkelijke ervaring geeft." Mijne levensbeschouwing is dus creatianistisch en dualistisch. De lezer, die vertrouwd is met eenige wijsgeerige terminologie zal begrijpen dat „dualisme" hier in dien zin bedoeld is, dat men in de wereld niet alleen stof en ook niet alleen geest erkent, maar beide. Dualisme beteekent (ook bij mij) niet de bewuste menschenziel tegenover de geheele natuur te plaatsen, welke laatste slechts stof zou zijn. Men kan dualist zijn en toch geen Cartesiaan, getuige LOTZE, ULRICI, SIGWART, ERHARDT, BUSSE, JAMES WARD.
Ik heb dan ook in tegenstelling met DESCARTES de mogelijkheid gesteld in de vraag blz. 8. „Is er in het leven een onstoffelijk moment." Verder blz. 6 7e alinea; en de alinea „dierenziel" blz. 24 en 25 Artikel II. „Een beeld der werkelijke ervaring." Ook dit dient even te worden toegelicht. Het beteekent, dat het eerste stukje een schets is van zuiver wetenschappelijken aard zonder metaphysica, een „Ordnungslehre" (DRIESCH), empirie en wel gezuiverde empirie. De inhoud nu van dit artikel is het volgende. We zien doode en levende dingen. We richten ons tot de levende dingen, deze gaan wij ordenen en wel onderscheiden in organen en organismen. Deze onderscheiding is natuurlijk het zwaartepunt van het betoog. De vraag is nu ; welke levensverschijnselen van de organen of organismen dienen wij aan een immateriëele natuurfactor toe te schrijven. Ik heb getracht dit rustig wetenschappelijk na te zoeken en kon er niet toe besluiten aan te nemen, dat de functie der organen niet uit de stoffelijke gesteldheid is te verklaren. Dat een volledige verklaring uit de structuur door de wetenschap practisch niet door te voeren is, weet men het beste in de chemie en physica, waar dan ook de onderstelling van eigen wezensheden veel meer verlangd wordt, dan in de orgaan-physiologie. Hoe men toch uit de samenstelling, structuur, van het water de eigenschappen zal verklaren is vooralsnog bijv. niet in te zien. Maar op blz. 19 heb ik juist de eischen aangegeven, waaraan men moet voldoen, wil men van een mechanische verk\aring principieel afzien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's